Direct naar de content
Dit artikel wordt u aangeboden door een van onze partners
De redactie van Het Financieele Dagblad draagt voor deze inhoud geen verantwoordelijkheid.

‘Box 2 of box 3, dat is de vraag’

Uw bedrijf verkopen doet u meestal maar één keer in uw leven. Daarom hebben de meeste ondernemers rond zo’n transactie veel vragen. Over fiscale zaken bijvoorbeeld. Sjoerd Stokmans, advocaat-fiscalist bij Van Doorne, stipt graag drie belangrijke fiscale kanten aan.

1. Zakelijk of privé

Het uitgangspunt is volgens Stokmans uw huidige situatie, waarbij u uw bedrijf ofwel runt vanuit de privéomgeving (vof of eenmanszaak) – of in de vorm van een vennootschap. Stokmans: ‘Die laatste is in het mkb het meest gangbaar. Met “je bedrijf verkopen” bedoelen we in dat geval het verkopen van de aandelen in de vennootschap waarvan je dga bent.’ Wanneer u als dga de aandelen in uw bedrijf verkoopt, hoort het bedrag dat u ervoor krijgt tot inkomen in box 2. U behaalt dus in privé vermogenswinst. Daarover moet u direct belasting betalen. Dit is anders wanneer een holding-bv van de dga de aandelen in het bedrijf/de werkmaatschappij verkoopt: het is dan niet de dga, maar de holding-bv die de aandelen verkoopt. Het moment waarop de box 2-belasting dient te worden betaald, wordt dan uitgesteld tot het moment dat de holding-bv het bedrag uitkeert aan de dga in privé. Dit is volgens Stokmans een veelgekozen structuur, om twee redenen. ‘Allereerst vanwege de beperking van aansprakelijkheid. Maar ook omdat u er dan verder mee kunt ondernemen, wat veel ondernemers nu eenmaal graag doen. Ze hebben vaak lang niet het hele bedrag in privé nodig; ze kunnen er verder mee ondernemen of binnen de holding-bv mee beleggen.’

2. Keuze tussen box 2 of 3

De verschillen in belastingdruk tussen box 2 en box 3 zijn de afgelopen jaren door de fiscus doelbewust verkleind. Dit om belastingontwijkend ‘boxhopping’ te beperken. ‘In box 2 was het belastingpercentage altijd 25 procent over het werkelijk in box 2 verdiende inkomen. Met ingang van dit jaar is er een laag en een hoog tarief: 24,5 procent over de eerste 67.000 euro die je als dividend uitkeert, en 33 procent over het meerdere.’ Bij box 3 bedraagt het tarief thans 36 procent, over een verondersteld rendement op box 3-vermogen, met een apart rendement voor spaargeld enerzijds en beleggingen anderzijds. Dat laatste rendement wordt pas in de loop van het jaar definitief vastgesteld. Dat maakt het lastig de belastingdruk in box 3 vooraf goed te voorspellen. Stokmans: ‘Ondernemers houden daar niet van: als jij een investering doet, wil je voor langere tijd weten tot wat voor opbrengsten, kosten en belastingdruk dat gaat leiden. In de praktijk ontloopt het elkaar niet veel. Mijn advies: laat je niet leiden door de feitelijke belastingdruk tot achter de komma, maar door wat je met je geld wilt dóén.’

Ruim voorafgaande aan een eventuele verkoop is het ook beter mogelijk eventueel zaken te herstructureren

Sjoerd Stokmans
Advocaat-fiscalist bij Van Doorne,

3. Goed voorbereiden

De belangrijkste tip van Stokmans is om tijdig uw wensen in kaart te brengen. ‘Weet wát je wilt verkopen, aan wie en voor welk bedrag. Zorg dus dat je weet wat dat inhoudt voor jouw situatie: praktisch, emotioneel, fiscaal en financieel. Ruim voorafgaande aan een eventuele verkoop is het ook beter mogelijk eventueel zaken te herstructureren. Doe je dat in het zicht van een verkoop, dan geldt het wettelijke vermoeden dat die herstructurering vanwege fiscale motieven is gedaan, tenzij de dga aannemelijk kan maken dat dat niet zo is.’