Direct naar de content
Dit artikel wordt u aangeboden door een van onze partners
De redactie van Het Financieele Dagblad draagt voor deze inhoud geen verantwoordelijkheid.

Cashen en relaxen

U hebt de deal om uw bedrijf te verkopen gesloten, de handtekeningen zijn gezet en het aankoopbedrag is overgemaakt op uw rekening. Maar kunt u nu stoppen met werken en doen wat u wilt? Een goede financiële planning geeft antwoord.

Ondernemers doen vaak maar wat als het gaat om financiële planning.’ Dat is de ervaring van Anja van Zandbergen, zelfstandig financieel adviseur en financieel planner voor Affluent. Vanuit haar praktijk helpt zij elk jaar tientallen ondernemende en vermogende klanten aan inzicht in hun financiële situatie. Zodat ze weten hoeveel geld ze straks per maand nodig hebben, welke reserves en passieve inkomsten er zijn, en wanneer ze dus zouden kunnen stoppen met werken. Dat ze maar wat doen, klinkt vreemd, geeft ze toe. ‘Je zou denken dat ondernemers wel inzicht hebben, maar in de praktijk valt dat tegen. Ze zijn goed in ondernemen, maar hebben geen idee wanneer ze zouden kunnen stoppen, of wat hun bedrijf daarvoor minimaal moet opleveren. Goed zicht en grip krijgen op je financiële situatie is voor de meesten een kunst op zich. Als je gaat stoppen met werken is het de uitdaging om je inkomsten en uitgaven goed in balans te brengen, ook voor de langere termijn. Veel ondernemers hebben geen idee wat ze aan reserves hebben, of waar ze staan op het pad van financiële onafhankelijkheid.’

Financiële positie

Financiële planning is een integrale benadering van de hele financiële positie van de klant. Enerzijds van de zakelijke financiële situatie – inclusief aandelen, bezittingen en eventuele schulden – en anderzijds van de privésituatie met de eigen woning, hypotheek, leningen en eventuele bezittingen in de vorm van een tweede woning, pensioenvoorzieningen en natuurlijk spaargeld. Van Zandbergen: ‘Die privésituatie, dáár gaat het om: uiteindelijk wil je als privépersoon kunnen genieten van wat je hebt opgebouwd. Daarvoor is die rol van de financiële planner zo belangrijk.’ Feitelijk is het simpel, vindt Van Zandbergen: ‘Het doel van een financieel plan is inzicht krijgen in wanneer je hoeveel geld voor jezelf nodig hebt, en wanneer je financieel onafhankelijk kunt zijn – want dat is wel waar de meeste mensen naar streven. Dat je op een gegeven moment alleen nog maar hoeft te werken als je dat zelf wilt, niet omdat het nodig is voor de inkomsten.’

Anja van Zandbergen.

Financiële positie

Financiële planning is een integrale benadering van de hele financiële positie van de klant. Enerzijds van de zakelijke financiële situatie – inclusief aandelen, bezittingen en eventuele schulden – en anderzijds van de privésituatie met de eigen woning, hypotheek, leningen en eventuele bezittingen in de vorm van een tweede woning, pensioenvoorzieningen en natuurlijk spaargeld. Van Zandbergen: ‘Die privésituatie, dáár gaat het om: uiteindelijk wil je als privépersoon kunnen genieten van wat je hebt opgebouwd. Daarvoor is die rol van de financiële planner zo belangrijk.’ Feitelijk is het simpel, vindt Van Zandbergen: ‘Het doel van een financieel plan is inzicht krijgen in wanneer je hoeveel geld voor jezelf nodig hebt, en wanneer je financieel onafhankelijk kunt zijn – want dat is wel waar de meeste mensen naar streven. Dat je op een gegeven moment alleen nog maar hoeft te werken als je dat zelf wilt, niet omdat het nodig is voor de inkomsten.’

De grote vraag is: wat wil je gaan doen, en hoeveel heb je daarvoor nodig

Anja van Zandbergen
Zelfstandig financieel adviseur en financieel planner voor Affluent

Ideale leven

Om dat samen met haar klanten uit te zoeken, maakt Van Zandbergen het graag persoonlijk. ‘Hoe ziet jouw ideale leven eruit? Waar droom je van, hoeveel geld heb je per maand nodig om lekker van te leven? En hoeveel heb je daarnaast nodig voor luxe extra’s zoals die leuke cabriolet of die mooie vakantie met de familie? Heb je dure hobby’s? En wil je bijvoorbeeld ook je kinderen laten meedelen in je financiële ruimte?’ De antwoorden op die vragen zijn voor elk mens verschillend. ‘Maar als je ze concreet benoemt en er bedragen aan hangt, wordt het al snel heel concreet en tastbaar. Want op het moment dat je dat weet, kun je dat doorvertalen naar de toekomst. En kun je voorspellen hoelang je met het beschikbare vermogen en de eventuele inkomstenbronnen her en der zo lang mogelijk jouw ideale leven kunt leiden. Dus dat je zorgt dat je genoeg geld hebt om maandelijks alle uitgaven te kunnen doen die jij graag wilt doen. Voor zover je dat al kunt inschatten. Bij de meeste ondernemers kom je dan uit op een bedrag van zo’n vier- tot zesduizend euro netto per maand, afgezien van woonlasten. Dat nemen we dus mee in de prognoses, waarbij we ook rekening houden met 2,1 procent jaarlijkse kostenstijging. Die inflatie rekenen we heel behoedzaam alleen op de uitgaven, niet over de inkomsten. Heel defensief, en dat doe ik bewust. Jezelf rijk rekenen, daar schiet je niks mee op.’

Inkomstenkant

‘Als je dat consumptieplan helder hebt, is het tijd om naar de inkomstenkant te gaan kijken: waar komt het benodigde kapitaal vandaan om dat gewenste leven te kunnen leiden? Welke spaarpotjes, voorzieningen en bijvoorbeeld bronnen van passief inkomen zijn er? Wanneer heb je opeens een groter bedrag nodig voor een bijzondere aankoop? En hoelang kun je het financieel onafhankelijk uitzingen met je opgebouwde vermogen? Dat noemen we het vermogensplan.’ In zo’n vermogensplan zet Van Zandbergen alle vermogenscomponenten op een rij: ‘Van een doorlopend salaris als beheervergoeding uit je bv of holding tot inkomsten uit de verhuur van je bedrijfspand aan de koper van je onderneming. Alle privébezittingen, rechten en inkomsten brengen we in kaart. Ja, ook dat kleine pensioenpotje dat je nog ergens had lopen, die lijfrentepolis die binnenkort vrijvalt, en die lening die je hebt uitstaan voor een vastgoedfinanciering. Dat allemaal samen puzzelt de comfortabele oude dag in elkaar. Dat is het belang van goed financieel plannen: om dat bij elkaar te brengen.’

Regels en keuzes

Het goed regelen daarvan vraagt om het maken van veel keuzes, op allerlei vlakken. Dat weten Sabine van Suijdam en Elles van der Pluijm. Zij zijn allebei notaris bij notariskantoor Hermans & Schuttevaer Notarissen, een specialistisch kantoor met tachtig medewerkers en vestigingen in Utrecht en Amsterdam. Van Suijdam is notaris ondernemingsrecht, Van der Pluijm notaris estate planning en familierecht. In hun praktijk zien zij van dichtbij hoe financiële en fiscale regels rond bedrijfsoverdracht en vermogensbeheer veranderen, en welke keuzes vermogende oud-ondernemers daarin maken. ‘Zowel juridisch als fiscaal verandert er voortdurend van alles, wat direct effect heeft op je vermogen als verkopende ondernemer’, aldus Van Suijdam. ‘Denk aan de moeizame wijzigingen in box 3 en de onduidelijkheid daarover. Waar je bij verkoop vroeg of laat altijd mee te maken krijgt en op tijd over moet nadenken, is de inkomstenbelastingclaim in box 2 over het aanmerkelijk belang. En als je je bedrijf overdraagt binnen de familie is het belangrijk om te kijken hoe je de Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) optimaal kunt gebruiken. Vaak is hiervoor eerst een herstructurering nodig. En let op: de BOR-regels worden komende jaren verder versoberd, met name bij schenken of erven van een ondernemingsbelang. De vrijstellingen worden lager en de eisen strenger. Daaro

Sabine van Suijdam.

Bedrijfsvastgoed: houden of verkopen?

Een andere belangrijke concrete keuze bij verkoop van uw bedrijf is: wat doet u met uw bedrijfsvastgoed? Verkoopt u dat ook, of houdt u het in eigendom voor de verhuur? Van Suijdam: ‘Verhuur van je bedrijfspand aan de koper van je onderneming heeft bij de meesten van onze relaties de voorkeur. Zeker als ze verwachten dat de waarde in de nabije toekomst nog zal stijgen, of de huidige verkoopwaarde nog niet genoeg is om volledig in hun pensioenbehoefte te voorzien. Vaak sluiten beide partijen daarbij een koopoptie af na bijvoorbeeld vijf of tien jaar.’

Een volgende belangrijke keuze: hoe kun je de opbrengst van je bedrijf fiscaal gezien het best beleggen, via de bv of toch privé?

Sabine van Suijdam
Notaris bij Hermans & Schuttevaer Notarissen

Beleggen: in de bv of toch privé?

Een volgende belangrijke keuze is: hoe kunt u de opbrengst van uw bedrijf fiscaal gezien het best beleggen, via de bv of toch privé? ‘In de praktijk zien we van alles langskomen, maar in de meeste gevallen maken verkopers eerst pas op de plaats’, weet Van Suijdam. ‘Ze gaan in eerste instantie beleggen via de bv en gaan van daaruit structureren, bijvoorbeeld de volgende generatie laten deelnemen via participaties in een familiefonds.’

Stichting

Kan het oprichten van een stichting nog helpen om de opbrengst van de verkoop van uw bedrijf buiten de handen van de fiscus te houden? Van der Pluijm: ‘Veel klanten vragen daarnaar en denken dat je met een stichting geen belasting hoeft te betalen. Dat is echter alleen het geval bij een goededoelenstichting zoals een ANBI – een stichting voor algemeen nut – of een SBBI-stichting voor het inzamelen van geld voor goede doelen. Toch kun je ook via een familiefonds of een stichting administratiekantoor (STAK) wel wat zaken gunstiger structureren. Dat is in veel situaties zeker het overwegen waard, dus goed om je daarover te laten informeren.’

Elles van der Pluijm.

Fiscaal gunstig schenken

Over kinderen gesproken: veel ondernemers die de zaak verkopen, willen met de opbrengst graag ook snel ‘iets’ doen om de kinderen te helpen. Bij het aflossen van studieschulden bijvoorbeeld, aankoop of verbouwing van een eigen woning, of de opstart van een eigen bedrijf. Ook dat luistert fiscaal nauw, weet Van der Pluijm. ‘Het is key om het vermogen bijeen te houden en te schenken in delen, omdat je daarmee de vrijstelling en lagere tariefschijven optimaal kunt benutten. Dat kan bijvoorbeeld via een familiefonds, waarin je ook je eventuele kleinkinderen al kunt laten participeren, terwijl je wel zelf de zeggenschap kunt behouden. Een andere vaak gebruikte constructie is lenen aan kinderen, bijvoorbeeld via een familiehypotheek, en die lening vervolgens in termijnen kwijtschelden.’ Veel ondernemers houden in de praktijk het vermogen wel bewust bij de eigen kinderen, niet zozeer bij hun partners. Van der Pluijm: ‘Klanten zijn er vaak op gebrand om schoonkinderen uit te sluiten van zulke schenkconstructies. Wil je dat goed regelen, dan is daar maatwerk voor nodig, zodat bij een eventuele scheiding of relatiebreuk de “koude kant” niet automatisch volledig meedeelt.

Investeren in vastgoedfinancieringen

Vastgoed speelt bij veel ondernemers een grote rol in hun vermogensplanning. En terecht, vindt Anja van Zandbergen. ‘Vastgoed is nog steeds een prima investering, zeker voor mensen die het al hebben. En het heeft een stabiele rol in de totale vermogensplanning. Het levert via verhuur doorgaans namelijk een constante stroom aan huurinkomsten op. Daarom is het vaak niet handig om daar afscheid van te nemen.

Soms wel overigens: met name bij heel specifieke panden in minder gangbare segmenten, zeker als je die goed kunt verkopen en met de opbrengst iets kunt doen waar je meer rendement mee maakt, of blijer van wordt. Dat geldt zeker voor vastgoed in box 3, omdat dat de komende tijd zwaarder belast wordt en de huren voor bijvoorbeeld middenhuurwoningen worden gemaximaliseerd. Al die dingen hebben impact op je rendement. Als dat onder de één procent per jaar is, en je hebt er wel alle praktische sores van, kun je je afvragen of vastgoed in eigendom nog wel de moeite waard is.’

Een goed alternatief in de huidige markt is investeren in vastgoedfinancieringen, vindt Van Zandbergen. ‘Zeker als je toch iets in vastgoed wilt doen, maar er niet te veel gedoe aan wilt hebben. Daarmee kun je meer spreiding aanbrengen in je beleggingen: spreiding is het toverwoord in vermogensbeheer, ook binnen je vastgoedportefeuille. Je kunt bijvoorbeeld een deel in eigendom houden, en daarnaast een deel beleggen in het financieren van zakelijke hypotheken en een deel investeren in vastgoedfinancieringsfondsen. Dat geeft een mooie spreiding met diverse looptijden en risicoprofielen. Maar allemaal met de onderliggende zekerheid van de waarde van het vastgoed en een net rendement.’