Direct naar de content
Dit artikel wordt u aangeboden door Sopra Steria
De redactie van Het Financieele Dagblad draagt voor deze inhoud geen verantwoordelijkheid.

De opmars van drones. Hoe houden we de samenleving veilig?   

De drone is in korte tijd uitgegroeid van technisch speeltje tot vliegende camera, inspecteur, hulpverlener én potentiële bedreiging. Dat stelt overheden en organisaties voor een urgente vraag: hoe benutten we de mogelijkheden van deze technologie en beschermen we tegelijkertijd de samenleving tegen de risico’s? Want niet de techniek staat centraal, maar wat ermee wordt beschermd. 

Een drone die een natuurbrand vanuit de lucht volgt. Een andere die boven een massa speurt naar ongeregeldheden, zodat bijvoorbeeld de festivalganger zorgeloos van het festival kan genieten. Drones die landbouwgrond beoordelen, helpen met verdedigen, vermiste personen lokaliseren in moeilijk bereikbare gebieden of tijdens de Olympische Spelen nauwlettend in de gaten houden of er geen vijandige drones overvliegen. En zelfs onder water zijn inmiddels onbemande systemen actief, bijvoorbeeld rond havens en andere vitale infrastructuur. ‘De meeste mensen kennen vooral de drone met een afstandsbediening: iemand op de grond bestuurt het toestel rechtstreeks’, zegt Bart Omlo, business development executive Defence, Security and Space bij Sopra Steria en betrokken bij command-and-control-systeem BOREADES, waarover later meer. ‘Een groot deel van de drones in Nederland valt in die categorie met afstandsbediening. Daarnaast zijn er inmiddels vele andere soorten drones, waaronder drones die vooraf worden geprogrammeerd of met behulp van AI hun taak uitvoeren.’  

We denken bij een dronedreiging al snel aan Defensie, maar het kan ook gaan om energienetwerken, een kerncentrale of andere kritische infrastructuur

Bart Omlo
Business development executive Defence, Security and Space, Sopra Steria 

Wedloop 

De dronewereld ontwikkelt zich ongelooflijk snel. Dat komt mede doordat drones inmiddels op grote schaal worden ingezet in oorlogssituaties. Omlo, ook ex-militair en veteraan: ‘Je ziet daardoor een voortdurende wedloop. Zodra er een manier is gevonden om een drone te detecteren of uit te schakelen, wordt er alweer nagedacht over hoe je dat kunt omzeilen.’ Die wedloop vindt allang niet meer alleen op het slagveld plaats. Drones zijn goedkoop, breed verkrijgbaar en steeds eenvoudiger in te zetten. ‘Bij brandbestrijding kun je bijvoorbeeld meerdere drones vanuit verschillende richtingen naar een gebied laten kijken’, zegt Omlo. ‘Als je die informatie vervolgens in één centraal systeem samenbrengt, krijg je een heel goed beeld van wat er gebeurt.’ 

Veel meer dan een militair vraagstuk 

Maar dezelfde toegankelijkheid creëert ook meteen nieuwe kwetsbaarheden. Wat als een drone boven een gevangenis vliegt? In de buurt van een kerncentrale verschijnt? Boven een energievoorziening of datacenter hangt? Of zich begeeft in een gebied waar duizenden mensen samenkomen? ‘We denken bij een dronedreiging al snel aan Defensie’, zegt Omlo. ‘Maar het kan ook om energienetwerken gaan, de Deltawerken, een kerncentrale, een gevangenis of andere kritische infrastructuur. Het is inmiddels veel breder dan een militair vraagstuk.’ 
Daarmee verandert ook de aard van de beveiliging. Een hek beschermt tegen iemand die over de grond nadert. In de lucht werkt zo’n fysieke grens niet. Een organisatie moet als het ware een onzichtbare veiligheidszone om een terrein kunnen leggen. Omlo noemt het een digitaal schild: ‘Binnen een systeem kan op een digitale kaart een zone worden aangegeven waarin bepaalde vliegbewegingen niet zijn toegestaan. Sensoren houden vervolgens in de gaten wat die zone binnenkomt.’  

Van waarnemen naar beslissen 

‘Detecteren is eigenlijk nog een van de makkelijkere onderdelen’, zegt Omlo. ‘De echte vraag begint daarna: wat zie ik precies en welke actie is de juiste?’ Dat is waar command-and-control om de hoek komt kijken. Sopra Steria ontwikkelt sinds 2015 het command-and-controlsysteem BOREADES, software die informatie uit verschillende sensoren samenbrengt, analyseert en een operator ondersteunt bij het kiezen van een vervolgstap. Bijvoorbeeld om te bepalen: vriend of vijand? Daarbij is de context bepalend. Omlo: ‘Boven een militair terrein gelden andere mogelijkheden dan midden in een woonwijk. En bij een gevangenis maakt het weer uit aan welke kant van de muur een drone vliegt. Wet- en regelgeving maken daarom onderdeel uit van de afweging.’ 

Wij werken al sinds 2015 aan BOREADES en het is in al die jaren verder verfijnd. Zo werd het onder meer grootschalig ingezet bij de beveiliging van de Olympische Spelen van 2024 in Parijs

Bart Omlo
Business development executive Defence, Security and Space, Sopra Steria 

‘Human in the loop’

De mens speelt in overwegingen als deze een cruciale rol. Omlo: ‘BOREADES kan met behulp van AI tegen een operator zeggen: “Gelet op wat ik waarneem, op de middelen die beschikbaar zijn en op wat hier volgens de regels is toegestaan, zou mijn advies als volgt zijn: …” Maar in de meeste situaties is het vervolgens de mens die beslist.’ Die human in the loop is volgens hem een essentieel vraagstuk. Want hoe meer AI kan, hoe belangrijker het wordt om te bepalen wanneer de technologie mag handelen en wanneer een mens het laatste woord houdt. 

Getest tussen de airco’s van Parijs 

Hoe concreet de beschermingsfunctie van drones kan zijn, bleek tijdens de Olympische Spelen van 2024 in Parijs. Daar vormde Sopra Steria’s command-and-controlsysteem BOREADES het hart van een groot deel van de anti-dronebeveiliging. Van de achttien counter-dronesystemen die rond de Spelen werden ingezet, waren er volgens Omlo veertien gebaseerd op BOREADES. ‘Sensoren hielden het luchtruim in de gaten. Zodra een ongewenste drone werd gedetecteerd, kon het systeem de dreiging analyseren en bijvoorbeeld de politie waarschuwen. Uiteindelijk gaat het erom dat je voorkomt dat een dreiging werkelijkheid wordt.’ 

Beschermen wat van waarde is 

Juist zo’n omgeving levert waardevolle lessen op. Een proef op een leeg terrein is relatief overzichtelijk. Een wereldstad vol gebouwen, apparaten en bewegende objecten is dat allerminst. ‘Een sensor kan een drone bijvoorbeeld herkennen aan de beweging van propellers’, legt Omlo uit. ‘Maar midden in Parijs draaien overal airco’s die óók propellers hebben. Dan krijg je ineens allerlei valse meldingen. Door een systeem in verschillende praktijksituaties te gebruiken, leer je zulke signalen beter van elkaar te onderscheiden.’ 

Deze Parijse Olympische Spelen maakten bovendien zichtbaar waar de technologie uiteindelijk voor bedoeld is: om de plekken waar tienduizenden mensen samenkomen te beschermen. Van een stadion en een evenement tot een energiecentrale, haven of datacenter: achter de technologie ligt steeds dezelfde vraag – hoe bescherm je wat voor mensen en samenleving van waarde is? 

Radarsystemen, dronesystemen en andere technologie moeten met elkaar kunnen samenwerken. Niemand kan dit meer alleen

Bart Omlo
Business development executive Defence, Security and Space, Sopra Steria 

Open architectuur maakt flexibel 

De ontwikkelingen rond drones gaan echter zo snel dat een systeem dat vandaag goed werkt, morgen alweer deels achterhaald kan zijn. ‘Daarom kiezen we bewust voor een open architectuur’, zegt Omlo. ‘Je wilt nieuwe sensoren of andere middelen kunnen toevoegen zonder het hele systeem opnieuw te hoeven bouwen.’ Zo’n open systeem werkt echter alleen als verschillende technologieën dezelfde ‘taal’ spreken. Daarom zijn technische standaarden belangrijk. 

NAVO-standaard 

Binnen de NAVO wordt de SAPIENT-standaard gebruikt die ervoor zorgt dat sensoren, drones en tegenmaatregelen van verschillende leveranciers met elkaar kunnen communiceren. Omlo: ‘Sopra Steria werkt mee aan de verdere ontwikkeling van die standaard en neemt met BOREADES deel aan NAVO-oefeningen waarin nieuwe technologie wordt gekoppeld en getest. Zo kunnen nieuwe sensoren en andere systemen sneller onderdeel worden van een bredere counter-droneoplossing die steeds verder wordt ontwikkeld. We hebben er met z’n allen tenslotte niets aan om allemaal losse, suboptimale systemen te ontwikkelen. Het gaat om snelheid, eenvoud en schaalbaarheid. Radarsystemen, dronesystemen en andere technologie moeten met elkaar kunnen samenwerken. Niemand kan dit meer alleen.’ 

Waarom open standaarden?

Dronetechnologie verandert razendsnel. Bij een open, modulaire architectuur kunnen nieuwe technologieën worden aangesloten zodra die beschikbaar komen. Standaarden zorgen er bovendien voor dat apparatuur en software van verschillende leveranciers met elkaar kunnen communiceren. Zo hoeft niet steeds het volledige systeem vervangen te worden en kunnen overheden en organisaties sneller inspelen op nieuwe dreigingen. Juist die interoperabiliteit is essentieel omdat geen enkele partij de huidige technologische wedloop alleen kan bijhouden.

Informatie delen 

Daarmee wordt counter-dronetechnologie een bestuurlijk vraagstuk. Politie, Defensie, Rijkswaterstaat en beheerders van vitale infrastructuur kunnen ieder hun eigen systemen aanschaffen. Maar als die systemen niet met elkaar communiceren, blijft waardevolle informatie opgesloten in afzonderlijke domeinen. Omlo ziet liever dat informatie in de toekomst kan worden gedeeld. ‘Stel dat de politie systemen heeft, Defensie zijn eigen objecten beveiligt en Rijkswaterstaat technologie inzet bij de Deltawerken. Willen we al deze verschillende beelden over elkaar heen kunnen leggen en data kunnen delen, dan is samenwerking een must. Niet alleen om het technisch voor elkaar te krijgen, maar ook om bijvoorbeeld budgetten samen te voegen en te kunnen prioriteren. Het is én een technische uitdaging én een bestuurlijk vraagstuk.’  

Dezelfde taal 

Dat betekent volgens hem niet dat iedereen precies hetzelfde systeem moet aanschaffen. Wel dat organisaties dezelfde taal moeten spreken. Open standaarden maken het mogelijk om gegevens en technologie te combineren zonder volledig afhankelijk te worden van één leverancier. Daar ligt wat hem betreft nog een belangrijke opgave voor Nederland. ‘Waar ik mij soms zorgen over maak, is de sense of urgency. De dreiging van drones is inmiddels al een aantal jaren duidelijk. Toch wordt er nog veel gepraat en zijn organisaties en overheden op veel plekken nog onvoldoende voorbereid. De oplossingen zijn er en kunnen nú worden geïmplementeerd. Maar besluitvorming is vaak stroperig.’ 

Nieuwe serieuze dreiging 

Juist daarom is volgens Omlo meer regie nodig: niet iedere organisatie afzonderlijk, maar gezamenlijk werken aan een aanpak die snel kan meegroeien met nieuwe dreigingen. Omlo: ‘Ik hoop dat we de dronedreiging echt als een van de nieuwe serieuze dreigingen gaan zien en ons op allerlei plekken weerbaarder maken.’ Want achter alle radars, camera’s, algoritmen en digitale kaarten ligt volgens hem een verrassend eenvoudige opdracht: ervoor zorgen dat een nieuwe generatie technologie kan worden benut zodat de samenleving minder kwetsbaar wordt. Zodat havens blijven functioneren, energie blijft stromen, hulpdiensten hun werk kunnen doen en mensen zich veilig kunnen bewegen, zoals genieten op een festival. ‘Niet de techniek staat daarbij centraal, maar wat ermee wordt beschermd.’ 

Hoe werkt een counter-dronesysteem?

Een counter-dronesysteem bestaat grofweg uit drie lagen: sensoren, een command-and-controlsysteem en effectors. Sensoren nemen waar wat er in het luchtruim gebeurt. Dat kunnen bijvoorbeeld radars, camera’s of andere detectiesystemen zijn. Het command-and-controlsysteem brengt die informatie samen, analyseert wat er gebeurt en ondersteunt de operator bij de keuze voor een passende reactie. AI kan daarbij helpen om objecten te herkennen en informatie uit verschillende bronnen te combineren. Effectors voeren vervolgens een eventuele actie uit. Wat mogelijk en toegestaan is, hangt sterk af van de situatie en de wet- en regelgeving. BOREADES, ontwikkeld door Sopra Steria, is het command-and-controlgedeelte: het digitale hart dat waarnemen, analyseren en beslissen met elkaar verbindt.

Deel op social media