‘Groei was altijd de rode draad; nu wil ik jonge mensen een kans geven’
Nico van Vuuren, kind van rozenkwekers, droomde als jochie van een glanzende voetbalcarrière. Via een verrassende route kwam hij daadwerkelijk in de basis van alle grote topclubs. Niet als speler, maar als specialist in het kweken van de perfecte grasmat. Begin 2024 verkocht hij het bedrijf, maar hij wil nog lang niet achter de geraniums.

Als jong voetballertje had Nico van Vuuren één droom: spelen voor Feyenoord. Die droom bereikte hij nooit. Maar via een fascinerende omweg betrad hij de internationale voetbalwereld alsnog. Hij bracht zijn groeiverlichting als onderdeel van het totale groeiconcept voor voetbalvelden toen stadions steeds groter groeiden en daardoor steeds meer problemen kregen met de kwaliteit van hun ‘pitch’. Wat begon als een experiment – op basis van opgedane kennis in de rozenkwekerij van zijn vader – groeide uit tot een specialisme waarvoor alle grote clubs ter wereld bij hem aanklopten. Van Highbury tot Camp Nou en van San Siro tot het Maracanã: overal waar Van Vuuren met SGL System zijn licht liet schijnen, legde hij een groene basis voor voetbal van topklasse.
In mei 2024 verkocht Van Vuuren het bedrijf, dat toen met circa zestig medewerkers een jaaromzet draaide van zo’n €40 miljoen. Met tegenzin, maar hij kon het door zijn aandelenpositie niet tegenhouden. De verkoop bracht naast financiële onafhankelijkheid vooral leegte. Want ja, hij is nog altijd mede-eigenaar van rozenkwekerij Porta Nova, die zijn zoon tegenwoordig runt. Maar aan de wand in zijn thuiskantoor hangt nog vooral prominent het SGL-logo. ‘Dat moet eigenlijk een keer weg’, zegt hij met de verontschuldigende glimlach van iemand die weet dat zo’n levenswerk nooit meer uit je hoofd of je hart zal raken.
Wie is Nico van Vuuren?
‘Ik ben 68, getrouwd, drie kinderen, zes kleinkinderen. Zover we weten allemaal gezond, en dat is het mooiste wat er is. Ik kom uit een familie van mensen die graag werken, ook na hun pensioen. In ons gezin van acht kinderen is iedereen nog actief. Ik ook. Heerlijk.’
Waarvan droomde je als kind?
‘Topvoetballer worden bij Feyenoord, mijn club. Voetbal was mijn passie. Ik heb altijd fanatiek gevoetbald, twee tot drie keer per week trainen, ‘s zaterdags wedstrijden. Ik was middenvelder, Willem van Hanegem was mijn held. Voetbal bepaalde een groot deel van mijn leven en van mijn vriendenkring. Andere grote dromen heb ik nooit gehad.’
Ineens stond ik tussen de rozen, leerde het vak en ontdekte hoe leuk het was om te ondernemen
Was je al jong ondernemend?
‘Nou, in school was ik in elk geval totaal niet geïnteresseerd, werd zelfs van de MEAO afgestuurd. Maar ik had altijd mijn babbel bij me, altijd een bijdehante opmerking paraat. Commercie had wel mijn interesse, maar ik paste niet in zo’n klas. Mijn vader wilde niet dat ik thuis in bed bleef liggen en trok me er letterlijk aan m’n benen uit. Zo stond ik ineens tussen de rozen, leerde het vak en ontdekte hoe leuk het was om te ondernemen.’
Wat heb je van die periode het meest geleerd?
‘De zuiverheid van het MKB: dat je moet leveren. Zuinig zijn, goed nadenken, investeren en een reële prijs vragen. Dat calvinistische van thuis: doe maar normaal, geen complimenten verwachten, gewoon je best doen. En respect hebben voor anderen. Je gaat mensen niet belazeren. Dat zijn lessen die je meeneemt je hele leven door.’
Wanneer kreeg je het idee om voetbal en tuinbouw te verbinden?
‘In de jaren negentig werkte ik bij een producent van assimilatiebelichting – groeilampen voor in de glastuinbouw. Met mijn liefde voor voetbal legde ik al snel de link naar gras. Dat was in de tijd dat stadions groter en overdekt werden, waardoor het gras geen natuurlijk licht en water kreeg. Toen dacht ik: met mijn teeltkennis moet ik daar toch iets op kunnen verzinnen? In 1998 begonnen we met kleine proefjes. We hielden demodagen en nodigden honderd man uit, en dan kwam er één… Mijn vrouw zei: “Ben je lekker geld aan het verbranden?” Maar toch ging ik door. Zes jaar lang.’
Wat bracht de omslag?
‘Een telefoontje met Sunderland in Engeland: daar mochten we een eerste echte proef doen bij een grote club, op een stukje van het strafschopgebied. Het gras werd geweldig, maar niemand durfde het op grotere schaal te proberen. Tot Guus Hiddink, toen hoofdcoach bij PSV, ervan hoorde. Hij belde me op en vroeg: “Kan ik morgen even langskomen?” Ik zei heel cool: “Ik zal eens in mijn agenda kijken” en schoof alles opzij.’
Guus Hiddink geloofde erin en wilde het graag, maar PSV-voorzitter Van Raaij vond het in eerste instantie te duur
Een Feyenoorder die doorbrak dankzij PSV?
‘Achteraf gezien wel ja: daar is ons succes gestart. Guus geloofde erin en wilde het heel graag, maar PSV-voorzitter Van Raaij vond het in eerste instantie te duur. Begrijpelijk: het kwam op zo’n acht à negen ton investering, plus jaarlijks anderhalve ton. Nadat ik ze no cure no pay had aangeboden, overtuigde Hiddink het bestuur om het toch te proberen. Toen de rest van het bestuur de bespreekkamer verliet, zei hij tegen mij: “Nico, je hebt toch wel begrepen dat ik enorm mijn nek voor jou heb uitgestoken? Jij gaat nou je stinkende best doen om het te laten slagen!” En dat deed ik ook.’
Werd daarna alles anders?
‘Ja, toen iedereen eenmaal kon zien wat het systeem deed, werd ik serieus genomen. Ook Arsenal kwam kijken en wilde dat ik hun veld ging belichten. Alleen trainer Arsène Wenger vond het niks. Die riep me op zijn kantoor en zei dreigend: “Ik geloof er niks van. Ik denk dat je het veld ermee kapotmaakt. En ons veld is ons alles waard.” Maar drie maanden later, toen ik daar was bij een wedstrijd, kwam hij naar me toe. “Mijn verontschuldigingen”, zei hij, “ik heb nog nooit zo’n mooi veld gezien.” Dat moment vergeet je niet. Daarna ging het snel: Real Madrid, Barcelona, Manchester United…’
Wat deed dat succes met jou?
‘Als voetballiefhebber vond ik het natuurlijk geweldig om in die wereld rond te lopen en beroemde trainers te ontmoeten. Wenger, Hiddink, Van Gaal… Uiteindelijk is ook Feyenoord klant geworden. Ik weet nog dat ik op de A4 reed, terug van Schiphol, toen de stadionmanager me belde. “Eindelijk”, dacht ik.’
Je verkocht SGL al eens eerder. Dus je had geoefend?
‘Ja, in 2011 verkochten we het aan een Nederlandse private equity-partij. Later heb ik het teruggekocht, omdat ik niet blij was met hoe het ging. Ik vond dat de focus bij deze partij te veel lag op snel geld verdienen en doorverkopen. Ik wil een bedrijf bouwen, geen spreadsheets volgen. De tweede keer verkopen was anders. Ik had zelf nog maar 20% van de aandelen en geen volledige zeggenschap meer. Toen een Amerikaans private equitybedrijf met een heel goed bod kwam, wilde de meerderheid van onze aandeelhouders verkopen. Ik niet, maar ik kon het niet tegenhouden.’
Ik mis vooral het klantcontact, het doorontwikkelen, het sparren. Dat vond ik altijd geweldig
Hoe was dat?
‘Heel dubbel. Ik ben enorm trots op wat we hebben bereikt, maar het voelt ook leeg. Je staat niet meer midden in de dynamiek van het bedrijf, de klanten en projecten. Dat slijt wel, maar ik mis het klantcontact, het doorontwikkelen, het sparren. Dat vond ik altijd geweldig.’
Hoe beheer je je vermogen nu?
‘Ik heb mijn vermogen bewust gespreid. Ik beleg bij twee banken, waaronder ABN AMRO MeesPierson. Een deel liquide en een deel in aandelen. Daarnaast zit een belangrijk deel van mijn vermogen in de rozenkwekerij Porta Nova. Mijn zoon leidt het bedrijf nu. Dat vind ik mooi om: het is een echt familiebedrijf geworden. Verder gebruik ik mijn vermogen actief. Ik verkoop soms wat aandelen en dat geld gebruik ik dan in nieuwe activiteiten. Ik investeer alleen in dingen waar ik verstand van heb. Maar het leven draait voor mij niet om geld. Ik heb genoeg. Ik wil vooral dingen doen die ik leuk vind.’
Een van mijn dromen is om jonge mensen een kans geven. Dat iets nieuws opbloeit
Zoals?
‘Ik ben nu onder de naam AgriTechVision bezig met watermanagement en plantengroei. Een soort nieuwe hydrocultuurachtige techniek. Als het werkt, gaan we het commercialiseren. Daarbij neem ik graag jonge ondernemende mensen mee in dat proces. Ik werk nu met een aantal jonge mensen, onder wie een die echt wil gaan ondernemen. De ambitie straalt ervan af. Dat vind ik mooi! We hebben samen een BV gestart voor dat nieuwe systeem. Zij gaat dat runnen. Straks wordt ze misschien ook wel mede-eigenaar. Dat is wel een van mijn dromen: jonge mensen een kans geven. Dat iets nieuws opbloeit.’
Zijn je dromen veranderd door het vermogen dat je nu hebt?
‘Je kijkt anders naar dingen. Je ziet sneller wat je niet moet doen. Als iemand een voorstel doet en ik snap het niet, dan doe ik het niet. En ik idealiseer niks. Niks komt vanzelf. Maar doordat er financiële middelen beschikbaar zijn, kan ik wel makkelijker iets nieuws proberen. Mijn vrouw zegt soms: “Waar ben je nou weer mee bezig?” Dan zeg ik: “Weet ik veel, ik vind het leuk”.’
Waar droom je nu nog van?
‘Eigenlijk hetzelfde als altijd: dingen ontwikkelen en laten groeien. Bij mijn afscheid van SGL kreeg ik van het bedrijf een biografie cadeau, die nu in de maak is. De biograaf zei na een paar gesprekken: “Ik weet de titel al: GROEI.” Dat klopt wel: alles wat ik doe heeft met groei te maken. Planten laten groeien, mensen laten groeien, bedrijven laten groeien. Dat vind ik mooi. Ik hoef niet meer zeventig uur per week. Maar helemaal stoppen is ook niks. Mijn vader zei op zijn negentigste nog dat hij het liefst weer een bedrijf zou starten, graag opnieuw zou beginnen. Dat heb ik waarschijnlijk van hem.’
Binnenkort uw bedrijf overdragen?
U denkt na over de verkoop van uw bedrijf? Of over bedrijfsoverdracht binnen uw familie? Een succesvolle verkoop of overdracht vraagt om een goede voorbereiding. Aan de ene kant geeft zo’n proces u energie, aan de andere kant komen er veel emoties bij kijken. Uw persoonlijke ambities bepalen daarbij de koers, uw voorkeuren en uw beslissingen.