Direct naar de content
Dit artikel wordt u aangeboden door Nationale-Nederlanden
De redactie van Het Financieele Dagblad draagt voor deze inhoud geen verantwoordelijkheid.

Energiehubs tackelen netcongestie, maar wie is aansprakelijk?

Nu netcongestie een rem vormt op groei en verduurzaming, ontstaan overal in Nederland initiatieven voor energiehubs: lokale energiegemeenschappen die capaciteit delen en slimme oplossingen inzetten. Nationale-Nederlanden verzekerde recent de allereerste hub waarmee aansprakelijkheid van de deelnemende bedrijven is afgedekt.  

Martijn Vlek, directeur van energiehub en coöperatie CEURZ, sloot met Nationale-Nederlanden de allereerste bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering voor enerhiehubs af.

Netcongestie is een probleem waar veel ondernemers tegenaan lopen. Bedrijven die willen uitbreiden, duurzaam willen produceren of elektrische vrachtwagens willen laden, wachten soms jaren op een zwaardere aansluiting. Inmiddels zijn er zo’n 8.500 aanvragen voor bedrijven die willen terugleveren en staan er meer dan 14.000 bedrijven op de wachtlijst voor een zwaardere of nieuwe netaansluiting. Dat frustreert, want ondernemers willen verder en vooruit. De ambitie is er, de techniek is er, maar de infrastructuur remt.

De energiehub als oplossing

De energiehub is hiervoor een van de meest veelbelovende oplossingen: een lokaal samenwerkingsverband, waarin bedrijven hun energieopwekking, verbruik en opslag slim op elkaar afstemmen. ‘Bedrijven sluiten een groepscontract af met hun energieleverancier en opereren daarbinnen als één rechtspersoon’, legt Edwin Grutterink uit, directeur Schade Intermediair bij Nationale-Nederlanden. ‘Door de gebruiksprofielen van bedrijven slim te combineren en vraag en aanbod lokaal te balanceren, benutten bedrijven de bestaande netcapaciteit veel efficiënter. Daardoor kunnen ze opeens wél verduurzamen of uitbreiden.’ Hoeveel energiehubs er nu in Nederland zijn is niet duidelijk. De Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) telt bijna 400 initiatieven voor energiehubs in Nederland, waarvan enkele tientallen actief zijn of in realisatie. De regering ziet er potentie in en heeft de ambitie dat er in 2030 minstens 500 energiehubs draaien. 

Met de nieuwe Energiewet wordt het makkelijker om netaansluitingen te delen en data tussen netbeheerders en andere partijen uit te wisselen

Edwin Grutterink
Directeur Schade Intermediair Nationale-Nederlanden

De groep samenstellen 

De nieuwe Energiewet – die per 1 januari 2026 ingaat, moet daarbij helpen. Grutterink: ‘Daarmee wordt het bijvoorbeeld veel makkelijker om netaansluitingen te delen en data tussen netbeheerders en andere partijen uit te wisselen.’ Maar eenvoudig is het opzetten van een energiehub allerminst. Grutterink: ‘Een eerste uitdaging is het samenstellen van een groep ondernemers op hetzelfde bedrijventerrein, die tegen vergelijkbare problemen aanlopen of juist oplossingen kunnen inbrengen. En die bedrijven moeten bij voorkeur ook nog van elkaar verschillen, zodat de vraag naar energie niet op hetzelfde moment hoog of laag is.’ 

De aansprakelijkheid

Andere uitdagingen zijn juridische en organisatorische afspraken en betrouwbaar inzicht in het energieverbruik van de deelnemende bedrijven. ‘Dit vereist goede samenwerking en afspraken over bijvoorbeeld een investering in meetapparatuur en een beheersysteem, een energiehub realiseren kost veel tijd en geld’, zegt Grutterink. 

En dan is er nog de vraag hoe het zit met de aansprakelijkheid. Grutterink: ‘Want wie draait er bijvoorbeeld op voor de kosten als zo’n hub schade veroorzaakt aan het elektriciteitsnet?’

GTO: de groepstransportovereenkomst

En dat laatste is geen simpele vraag. Want het verzekeren van aansprakelijkheid binnen energiehubs is op dit moment allesbehalve eenvoudig. Grutterink: ‘Wie gezamenlijk gebruik wil maken van netcapaciteit, krijgt te maken met het vraagstuk van de groepstransportovereenkomst, de GTO. Zo’n overeenkomst regelt de juridische verhouding tussen een energiehub en de netbeheerder en vormt de basis voor afspraken over rechten, plichten en aansprakelijkheid. In Nederland bestaat deze contractvorm echter nog niet in definitieve vorm.’ De benodigde wet- en regelgeving is nog in ontwikkeling en energiehubs opereren vooralsnog binnen pilots en experimentele trajecten. Grutterink: ‘Ondernemers willen best samenwerken, maar willen vooraf helderheid over de risico’s die zij nemen en over de vraag wie waarvoor verantwoordelijk is als het misgaat.’

Edwin Grutterink, directeur Schade Intermediair Nationale-Nederlanden.

Ondernemers zijn terughoudend

Het delen van groepscapaciteit biedt bedrijven ruimte om te groeien en te verduurzamen, maar maakt hen ook afhankelijk van elkaar. Als één deelnemer de afspraken niet naleeft of de groepscapaciteit overschrijdt, kan dat gevolgen hebben voor de hele groep. Daarbij komt dat netbeheerders uiteenlopende eisen stellen aan de maximale schadevergoeding, wat de voorspelbaarheid verder verkleint. Deze onzekerheden zorgen voor terughoudendheid. Grutterink: ‘Zolang aansprakelijkheid rondom GTO’s niet eenduidig is geregeld, blijft deelname aan energiehubs voor veel ondernemers een lastige afweging. Heldere afspraken, uniforme kaders en passende verzekerbaarheid zijn cruciaal om deze samenwerkingsvorm echt van de grond te krijgen.’

We willen graag vooroplopen om de energietransitie vooruit te helpen

Edwin Grutterink
Directeur Schade Intermediair Nationale-Nederlanden

Kijken naar mogelijkheden

Het groepscontract bevindt zich kortom nog in de ontwikkelfase, waarin netbeheerders nog aan nieuwe contractvormen werken. ‘We volgen deze ontwikkelingen op de voet en wachten daar als verzekeraar bewust op,’legt Grutterink uit, ‘omdat we op basis daarvan moeten bepalen of onze aansprakelijkheidsverzekering wel of niet moet worden aangepast.’ Tegelijkertijd kiest de verzekeraar ervoor om niet stil te zitten en alvast verder te kijken naar mogelijkheden. ‘We willen graag voorop lopen om de energietransitie vooruit te helpen. We onderzoeken mogelijke oplossingen voor de verzekeringsbehoefte die ontstaat door deze nieuwe ontwikkelingen en sluiten aan bij landelijke overleggen over energiehubs, GTO’s en netcongestie. We luisteren mee naar de zorgen en ontwikkelingen, en denken mee over risico’s die op ons afkomen. Zo kunnen we tijdig beoordelen welke verzekeringen deelnemers straks nodig hebben en hoe we die het beste kunnen vormgeven.’

Klimaatacceptatieteam

Intussen heeft Nationale-Nederlanden proactief de eerste stappen gezet en is onlangs de allereerste energiehub van Nederland verzekerd met een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering. Grutterink: ‘Binnen Nationale-Nederlanden hebben we een Klimaatacceptatieteam dat dit soort nieuwe risico’s beoordeelt en onderzoekt. Met de hulp van dit team zijn we van meet af aan bij dit soort technologische innovaties betrokken en denken we mee over de mogelijkheden om een energiehub en eventuele bezittingen, zoals zonnepanelen of energieopslagsystemen, te verzekeren. Dat heeft ertoe geleid dat we voor een eerste energiehub in Nederland inmiddels een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering hebben kunnen afsluiten.’

Een mijlpaal

Het gaat om de energiehub CEURZ in Zwolle (zie kader). ‘Een mijlpaal’, meent Grutterink. In deze eerste casus heeft Nationale-Nederlanden de bedrijfsaansprakelijkheid verzekerd. ‘Mocht er schade komen aan het elektriciteitsnet, denk aan kabels of componenten, dan kan de netbeheerder de energiehub aansprakelijk stellen, die daarvoor nu dus verzekerd is’, legt Grutterink uit. ‘Maken bezittingen zoals zonnepanelen, een energieopslagsysteem of laadstations ook onderdeel uit van een energiehub, dan kan de energiehub daarvoor een zakelijke verzekering afsluiten.’

Ondernemers moeten kunnen verduurzamen zonder dat onzekerheid over aansprakelijkheid in de weg staat

Edwin Grutterink
Directeur Schade Intermediair Nationale-Nederlanden

Katalysator voor groei

Volgens Grutterink geeft deze primeur niet alleen zekerheid aan de betrokken bedrijven, maar ook vertrouwen aan andere potentiële energiehubs. Grutterink: ‘Het is een bewijs dat deze nieuwe samenwerkingsvorm niet alleen technisch en organisatorisch, maar ook verzekeringsmatig haalbaar is. We zien dit dan ook als een katalysator voor verdere groei. Wij – overheid, netbeheerders en verzekeraars – creëren met elkaar een soort blueprint en dat kost tijd. Intussen staat de wereld niet stil en willen we bedrijven vooruit helpen in de energietransitie door gebruik te kunnen maken van technologische innovaties. Vandaar deze oplossing.’

Risico’s vooraf onderzoeken

Denken in mogelijkheden om verduurzaming te stimuleren, sluit aan bij de bredere duurzaamheidsdoelstellingen van Nationale-Nederlanden binnen het Forum for Insurance Transition to Net-Zero (FIT). Daarmee verbindt de verzekeraar zich aan een net zero-portefeuille in 2050. Grutterink: ‘We willen de verzekeraar van de energietransitie zijn. Daarvoor hebben we ons verzekeringsmodel omgedraaid. Voorheen ontwikkelden we pas producten, nadat er veel schades waren. Nu onderzoeken we risico’s vooraf, zodat we nieuwe technologieën, zoals energiehubs, wél kunnen verzekeren. Ons doel is simpel: ondernemers moeten kunnen verduurzamen zonder dat onzekerheid over aansprakelijkheid in de weg staat. En als je iets wilt versnellen, moet je zorgen dat het verzekerbaar is.’

Martijn Vlek, directeur energiehub CEURZ:

‘Een energiehub opzetten begint ermee dat je elkaar iets moet gunnen. Met de intrinsieke motivatie dat je elkaar wilt helpen. Als die intentie er niet is, wordt het geen succes’, zegt Martijn Vlek, directeur van energiehub en coöperatie CEURZ die op bedrijventerrein Hessenpoort in Zwolle zit. ‘Daarna is het belangrijk om met elkaar een duidelijk doel te hebben. Bedrijven willen verduurzamen, uitbreiden of elektrificeren, maar lopen individueel vast op netcongestie. Via een gezamenlijk contract in een energiehub kan er veel meer. Maar dat moet je samen wel goed regelen.’

Groepscontract

CEURZ sloot een pilot samenwerkingsovereenkomst met netbeheerder Enexis. ‘We meten tot op de seconde wat elk bedrijf doet en kunnen op afstand schakelen’, legt Vlek uit. ‘Op een heel zonnige dag kunnen we de zonnepanelen bijvoorbeeld even terugschakelen, zodat het net niet overbelast raakt en bedrijven zich aan hun contract met de netbeheerder houden.’ De vooralsnog tien deelnemende bedrijven hebben sterk uiteenlopende energieprofielen. Vlek: ‘Juist die mix maakt het mogelijk om capaciteit te delen. Als iedereen tegelijk energie nodig heeft, werkt het niet.’

Aansprakelijkheid

Een andere uitdaging is de aansprakelijkheid. Vlek: ‘Ondernemers vergeten vaak dat ze nu ook al hoofdelijk aansprakelijk zijn als er door hun toedoen schade ontstaat aan het net. Daar is vrijwel geen ondernemer voor verzekerd. In ons geval komt die aansprakelijkheid terecht bij de coöperatie. De verantwoordelijkheid voor schakelfouten leggen wij weer neer bij onze EMS-leverancier, die het energiemanagementsysteem levert. Die moet zorgen dat we onder de afgesproken capaciteit blijven. Maar als door toedoen van een van de bedrijven schade ontstaat, dan zijn wíj aansprakelijk. Daar hebben we ons nu voor verzekerd. We zijn heel blij dat dit samen met Nationale-Nederlanden gelukt is. Het geeft rust en zekerheid en nu kunnen we verder groeien. Intussen hebben zich overigens alweer bedrijven bij ons aangemeld.’

Deel op social media