Hoe de Nederlandse maakindustrie zich voorbereidt op de groei van defensie
Door de veranderende geopolitieke omstandigheden zijn veiligheid, weerbaarheid en concurrentiekracht onlosmakelijk met elkaar verbonden geraakt. Europa investeert daarom de komende jaren honderden miljarden euro’s extra in defensie. Maar financiële middelen alleen zijn niet genoeg. Hoe bouwen we een innovatieve en wendbare defensie-industrie die Europa’s strategische autonomie en weerbaarheid duurzaam versterkt?

In het kort
- De groeiende Europese defensiemarkt biedt kansen voor industriële bedrijven en toeleveranciers, ook buiten de traditionele defensiesector.
- In een weerbaarheidseconomie verschuift de focus van maximale efficiency naar snel kunnen opschalen en aanpassen.
- Toetreden tot de productieketen van Defenie vraagt om voorbereiding op strenge veiligheids- en kwaliteitseisen en investeringen.
- In de (gedeeltelijke) verschuiving van civiele productie naar productie voor Defensie, ondersteunt ABN AMRO industriële mkb-bedrijven met sectorexpertise, strategisch advies en financiering.
‘Produceren voor Defensie gaat niet meer over just-in-time, maar over just-in-case’, zegt David Kemps, sectorexpert Industrie bij ABN AMRO. Die verschuiving raakt volgens hem niet alleen de defensiemarkt. Ook de economische onderbouwing achter industriële productie in het algemeen verandert. Decennialang draaide het vooral om efficiency en hoge kwaliteit: machines mochten niet stilstaan, voorraden waren kosten en eindproducten moesten volledig getest en gecertificeerd zijn. De groeiende defensievraag heeft echter een ander uitgangspunt. Bedrijven moeten capaciteit kunnen vrijmaken en hun productie snel kunnen aanpassen. Uitgebreide test- en certificeringsprocessen duren daarbij te lang. ‘Productiecapaciteit is niet langer alleen een economische factor, maar wordt steeds meer strategisch. Het vermogen om op te schalen en tijdig te leveren, bepaalt in toenemende mate of een land zijn defensie langdurig kan ondersteunen en is daarmee dus essentieel voor de weerbaarheid van Europa’, zegt Kemps.
We zien steeds meer industriële mkb-bedrijven die traditioneel leunden op de machinebouw of auto-industrie waarvan nu de focus richting defensie verschuift
Groeiende vraag creëert ruimte
Deze omslag vindt plaats tegen een achtergrond van snel veranderende geopolitieke ontwikkelingen en van snel stijgende defensie-uitgaven. Volgens de economische beleidsanalyse uit 2026 van het ministerie van Defensie geven Europese NAVO-landen in 2035 naar verwachting jaarlijks € 400 miljard meer aan defensie uit dan nu. Maar budget alleen levert geen radars, drones of communicatiesystemen. Er is industriële capaciteit nodig om aan de extra vraag te voldoen. ‘Juist daar ontstaat ruimte voor Nederlandse ondernemingen’, legt Kemps uit. Volgens onderzoek van Berenschot telt de Nederlandse defensie- en veiligheidsgerelateerde technologische industrie in 2026 circa 1500 bedrijven, waarvan 88% mkb. De afgelopen drie jaar kwamen er vooral kleinere ondernemingen rondom het luchtdomein en intelligente systemen bij. Ook de markt groeit snel. De materieeluitgaven van Defensie stegen volgens dezelfde analyse van € 4,5 miljard in 2021 naar € 9,8 miljard in 2025. De defensie- en veiligheidsgerelateerde omzet van Nederlandse bedrijven nam in die periode toe van € 4,7 miljard naar € 10,2 miljard.
Industriële basis wordt breder
‘Daarbij is defensie tegenwoordig veel meer dan traditionele defensiesystemen alleen’, vervolgt Kemps. Hij noemt onder meer sensoren, radar, fotonica, cybersecurity, communicatietechnologie, composieten, energieopslag, software, logistiek en onderhoud. ‘We zien steeds meer industriële mkb-bedrijven die traditioneel leunden op de machinebouw of auto-industrie, maar waar de focus nu merkbaar richting defensie verschuift.’ Volgens een analyse van Metaalunie en MKB-Nederland kunnen bovendien zo’n 3200 van de 16.000 aangesloten mkb-maakbedrijven potentieel defensietoeleverancier zijn.
Niet alles zelf maken
Het streven naar strategische autonomie betekent overigens niet dat Nederland alle defensiecapaciteit zelf moet produceren, aldus Kemps. ‘De kracht van Nederland ligt juist in een aantal specifieke technologiegebieden. Denk aan intelligente systemen, sensoren, slimme materialen, ruimtevaart- en quantumtechnologie, aangevuld met onze sterke maritieme industrie.’ Die benadering sluit aan bij de Defensienota 2026. Voor innovatie en industriële opschaling moet in 2030 circa € 2 miljard per jaar beschikbaar zijn. Defensie streeft er bovendien naar om ten minste de helft van het materieel bij Nederlandse en Europese ondernemers in te kopen. ‘Strategische autonomie is overigens niet hetzelfde als volledig onafhankelijk zijn van internationale waardeketens’, benadrukt Kemps. ‘Het gaat erom dat Nederland en Europa een relevante positie innemen als het om cruciale technologieën en capaciteiten gaat. Juist door specialistische kennis en industriële kracht op te bouwen, worden we een belangrijke en moeilijk vervangbare partner binnen Europese samenwerkingsverbanden.’
Experttip #1: Blijf doen waar je al goed in bent
David Kemps, sectorexpert ABN AMRO: ‘Begin als bedrijf niet bij de vraag welk defensieproduct je zou kunnen maken, maar bij je bestaande technologie, kennis en productiecapaciteit. Onderzoek vervolgens waar die expertise aansluit op defensieketens en welke kwaliteits- en veiligheidseisen daarbij horen. Juist gespecialiseerde toeleveranciers kunnen een positie in de markt vinden zonder zelf een compleet militair systeem te bouwen.’
Van voorraad naar paraatheid
Dit alles vraagt ook om een andere inrichting van het productieproces. Kemps wijst op modulaire productarchitectuur, Quick Response Manufacturing, 3D-printing, en digital twins (een digitale kopie van een fysiek product, waarmee je situaties digitaal kunt simuleren), als manieren om flexibeler te produceren en waar nodig sneller op te schalen. ‘De fabriek van de toekomst draait niet alleen om maximale efficiëntie, maar ook om flexibiliteit, leveringszekerheid en schaalbaarheid. Het gaat om het vinden van de juiste balans tussen deze factoren.’ Bij Quick Response Manufacturing staat bijvoorbeeld niet de maximale bezetting van machines centraal, maar het verkorten van de doorlooptijd. ‘Bedrijven die continu op maximale capaciteit draaien, hebben minder ruimte om snel op veranderende vraag of nieuwe opdrachten in te spelen. Beschikbare capaciteit krijgt daardoor een eigen strategische waarde.’
Ook 3D-printing verandert de productielogica. Reserveonderdelen kunnen steeds vaker dicht bij de eindgebruiker worden geproduceerd in kleine, mobiele werkplaatsen, vaak zelfs in containers. ‘Daarmee ontstaat een vorm van virtuele voorraad: niet het product ligt op voorraad, maar het ontwerp en de capaciteit om het snel te maken en aan te passen. Het is een beweging van voorraadbeheer naar productieparaatheid.’
Betalen voor leveringszekerheid?
Dat roept direct ook vragen op over de financiering. Want wie betaalt voor capaciteit die beschikbaar is, maar nog niets produceert – en misschien nooit volledig nodig zal zijn? Parate machines, geschoolde mensen, beschikbare productieruimte, strategische grondstofvoorraad en alternatieve leveranciers kosten geld. ‘Momenteel rendeert een fabriek vooral bij een hoge bezettingsgraad’, zegt Kemps. ‘In een economie waar het om weerbaarheid gaat, wordt een fabriek afgerekend op reactievermogen. Productiecapaciteit die vandaag ongebruikt lijkt, kan morgen het verschil maken. Het geeft je immers de zekerheid dat je kunt leveren in plaats van dat je afhankelijk bent van anderen. Daar botst industriële paraatheid met bestaande verdienmodellen.’
Ondernemers moeten vooraf bepalen welke eisen bij hun positie in de keten horen en welke investeringen daarvoor nodig zijn. Vroeg oriënteren is daarom belangrijk
Bredere blik op financiering
Ook het ministerie van Defensie signaleert in een actieplan aan de Tweede Kamer dat leveringszekerheid en beschikbare productiecapaciteit belangrijker worden dan prijs alleen. Volgens Kemps vraagt dat mogelijk om nieuwe financierings- en contractvormen. ‘Denk aan constructies waarbij opdrachtgevers voor een langere periode duidelijkheid geven over de gewenste productiecapaciteit of afzet. Die voorspelbaarheid maakt het voor financiers eenvoudiger om investeringen in productiemachines en werkkapitaal te ondersteunen.’
Daarmee wordt beschikbare productiecapaciteit ineens financierbaar. De waarde zit dan mede in aantoonbaar reactievermogen: hoe snel een bedrijf kan opschalen, omschakelen, of kan inspelen op verstoringen in de keten. Vanuit financieringsperspectief vraagt dat om een bredere blik dan alleen de investering zelf. ‘Als bank kijken we naar de hele businesscase: de markt, contracten, risico’s, positie in de keten en de mate waarin capaciteit flexibel inzetbaar is’, aldus Kemps.
Civiele en militaire combinatie
Bedrijven die hun technologie voor zowel civiele als militaire productie kunnen inzetten – oftewel dual-use-technologie – kunnen daarbij in het voordeel zijn. Een productielijn of technologie die immers zowel civiel als militair inzetbaar is, biedt vaak stabielere inkomstenstromen en maakt bedrijven minder afhankelijk van één specifieke opdrachtgever of markt. Dat kan de financierbaarheid versterken. Ook ketenfinanciering, waarbij de financiële kracht van een grotere afnemer wordt benut voor kleinere toeleveranciers, kan daarbij een rol spelen. Kemps licht dit toe met een voorbeeld: ‘Neem DeltaQuad, een bedrijf dat onbemande verkenningsvliegtuigjes bouwt. Zij zijn begonnen met civiele productie, maar vanwege de enorme vraag van Defensie ligt de focus bij hen momenteel op militaire oplossingen. Maar ze behouden uiteraard de flexibiliteit om in een rustige periode weer terug te schakelen naar civiele producten. En zo zijn er meer bedrijven die op deze manier werken.’
Experttip #2: Wees klaar om op te schalen
David Kemps, sectorexpert ABN AMRO: ‘Breng vooraf in kaart hoeveel extra productie je aankunt, welke machines, mensen en leveranciers daarvoor nodig zijn en waar de knelpunten zitten. Bepaal vervolgens welke contractuele zekerheid en financiering nodig zijn om die capaciteit beschikbaar te maken. In een markt waarin reactietijd telt, is paraatheid een groot concurrentievoordeel, waar bovendien ook voor betaald mag worden.’
Markt met hoge drempels
Tegenover deze kansen staan echter forse toetredingsdrempels. Bedrijven die kritieke onderdelen leveren aan Defensie, kunnen te maken krijgen met screening van personeel, fysieke en digitale beveiliging, sanctieregelgeving, compliance en strengere eisen aan IT-systemen en toeleveringsketens. ‘Voor het mkb is dat een erg hoge drempel’, beaamt Kemps. De stap naar defensie is daarmee strategischer dan het binnenhalen van een nieuwe klant. ‘Ondernemers moeten vooraf bepalen welke eisen bij hun positie in de keten horen en welke investeringen daarvoor nodig zijn. Ook de herkomst van materialen en eigendomsstructuren kunnen relevant worden: bedrijven kunnen te maken krijgen met aanvullende eisen rond aandeelhouders, investeerders, uiteindelijke belanghebbenden (UBO’s) en afhankelijkheden van landen of partijen die vanuit veiligheidsperspectief, sanctieregelgeving of strategische autonomie extra aandacht vragen. Vroeg oriënteren is daarom belangrijk: tegen de tijd dat een grote order verschijnt, kan het te laat zijn om nog aan alle voorwaarden te voldoen.’
Begin bij wat je al kunt
De keuze om te produceren voor Defensie begint volgens Kemps daarom niet met de vraag welk militair product een bedrijf zou kunnen maken. ‘Het vertrekpunt is wat een onderneming al goed kan of beschikbaar heeft: technologie, productiekennis, vakmensen of specifieke productiemiddelen, denk aan zware metaalsnij-machines. Vervolgens is de vraag waar die expertise in een Nederlandse of Europese waardeketen past, hoe flexibel en schaalbaar die productie is, welke contractuele en financiële zekerheid daarvoor nodig is, en wat daarvoor de vergoeding is.’ Daarmee moet Europa net als in het verleden ook nu investeren in defensiemiddelen die hopelijk nooit nodig zullen zijn. En die bij voorkeur pas op het allerlaatste moment van de band rollen, vlak voordat ze worden ingezet. Toch een soort just-in-time.
3 vragen aan: Sander Smeets, eigenaar DeltaQuad
‘Een innovatiecyclus duurt hier maar drie weken’
Met zijn bedrijf DeltaQuad ontwikkelt en bouwt Sander Smeets sinds 2014 VTOL-drones: onbemande verkenningsvliegtuigjes die verticaal opstijgen en landen. Sinds de oorlog in Oekraïne produceert hij uitsluitend nog militaire “ogen en oren” en innoveert deze voortdurend, in razend tempo. Een voorbeeld van de nieuwe weerbaarheidsindustrie.
1. Welke kansen zag je in de defensiesector en hoe heeft DeltaQuad daarop ingespeeld?
Smeets: ‘Het gaat er uiteindelijk om dat je slagkracht behouden blijft. Als een militair systeem minder effectief wordt, moet je snel kunnen aanpassen en doorontwikkelen. Daarom heeft DeltaQuad naast R&D een aparte afdeling Resilience. Die analyseert de laatste ontwikkelingen en moet zorgen dat we snel een nieuwe oplossing hebben, oftewel klaar voor gebruik binnen drie weken. Voor verdere opschaling werken we met externe productiepartners. Door die te spreiden, beperken we onze afhankelijkheid van afzonderlijke producenten en leveranciers.’
2. Welk advies heb je voor industriële ondernemers die ook kansen zien in defensie?
‘Sinds 2022 kijk ik minder naar concurrentie en meer naar de vraag hoe we kunnen bijdragen aan de weerbaarheid van Europa. Uiteindelijk gaat het erom dat we gezamenlijk de technologie, innovatiekracht en industriële capaciteit versterken die daarvoor nodig zijn. Zoek vanuit die gedachte samenwerking met bedrijven die aanvullende kennis en productiecapaciteit hebben. Houd ook rekening met het hoge innovatietempo. Communicatie- en navigatietechnologie kan door nieuwe ontwikkelingen snel verouderen, terwijl basisconstructies langer bruikbaar blijven. Je moet de juiste balans vinden tussen welke voorraad je aanhoudt en hoe snel je kunt veranderen.’
3. Welke rol kunnen financiers als ABN AMRO daarbij spelen?
‘Zij kunnen de groei faciliteren door kapitaal beschikbaar te stellen, partijen met aanvullende competenties bij elkaar te brengen en netwerken met elkaar te verbinden. Dat wordt steeds belangrijker naarmate innovaties sneller gaan en waardeketens complexer worden. Er groeit een fijnmazig netwerk waarin bedrijven verschillende competenties combineren. Nu praten we over drones, maar wat is het straks? Toekomstige systemen zullen autonoom samenwerken in de lucht, op land en zee, in de ruimte en het cyberdomein. Hiervoor zijn technologie, productiecapaciteit, financiering en samenwerking allemaal nodig. In een wereld waarin technologie snel ontwikkelt, zijn reactiesnelheid, slagkracht en samen snel opschalen onderdeel van het product.’
Over Sector Insights
In de serie Sector Insights delen de sectorexperts van ABN AMRO actuele kennis, onderzoeksresultaten en praktische adviezen over de belangrijkste economische transities in Nederland binnen twaalf sectoren, zoals Retail, Industrie en Bouw. ABN AMRO helpt ondernemers om kansen in hun sector tijdig te herkennen, te vertalen naar een toekomstbestendige strategie en met gerichte financieringsoplossingen.
