Van thuisbatterij tot megabatterij: energieopslag verzekerbaar maken
De energietransitie versnelt, maar het elektriciteitsnet is overbelast. Energieopslagsystemen kunnen helpen om deze balans te herstellen. Maar zijn ze ook goed te verzekeren? ‘Dat zijn ze zeker nu we de risico’s steeds beter begrijpen en beheersen’, zegt Edwin Grutterink, directeur Schade Intermediair bij Nationale-Nederlanden. ‘Wij willen de energietransitie niet afremmen, maar juist helpen.’

Het gebruik van energieopslagsystemen (EOS) is de laatste jaren explosief gestegen. De groei van dit soort reuzenbatterijen – meestal lithium-ion – is het gevolg van een toename van zonne- en windenergie, maar vooral van netcongestie. Steeds meer bedrijven kunnen daardoor hun stroom niet kwijt aan het net. Dan ligt het voor de hand om de overtollige energie op te slaan in een EOS en deze te gebruiken op een later moment als energie schaars of duur is.
Pieken dempen
Een energieopslagsysteem (EOS) kan variëren van een kleine thuisbatterij van een paar kilowattuur tot industriële installaties van meerdere megawatturen. ‘De functie is hetzelfde’, legt Grutterink uit. ‘Je bewaart energie als er een overschot is – bijvoorbeeld overdag met zonnepanelen – en gebruikt die later, wanneer de vraag toeneemt. Daarmee help je het net te ontlasten, pieken te dempen en duurzame energie beter te benutten.’
Ook de bouw- en evenementenbranche elektrificeert snel. Die ontwikkeling juichen we toe, maar het brengt ook nieuwe risico’s mee
Verdere toename
In Nederland staan op dit moment zo’n 40.000 thuisbatterijen en 780 energieopslagsystemen van 20 kWh of meer. Grutterink: ‘Daarvan zijn ruim tachtig echt grote systemen. Die kunnen 1 MWh of meer opslaan. We verwachten dat het aantal energieopslagsystemen nog verder zal toenemen door de snelle groei van duurzame investeringen én door beëindiging van de salderingsregeling voor zonnepanelen vanaf 2027.’ De groei zit volgens Grutterink niet alleen in de industrie. ‘Ook de bouw- en evenementenbranche elektrificeert snel. Op bouwplaatsen of festivals zie je steeds vaker mobiele batterijsystemen in plaats van dieselaggregaten. Die ontwikkeling juichen we toe, maar het brengt ook nieuwe risico’s mee: transport, plaatsing en de omgang met restmateriaal als er iets misgaat.’
Glastuinbouw
In de glastuinbouw is een EOS inmiddels bijna een vast onderdeel van het bedrijfsplan geworden. ‘Elke week spreken we wel ondernemers die zo’n systeem willen plaatsen’, vertelt adviseur Patrick Volkering van Westland Adviesgroep, dat gespecialiseerd is in glastuinbouw, een branche waar energieopslagsystemen veel ingezet worden. ‘Groentekwekers en sierteeltbedrijven kunnen eigen stroom inzetten op momenten dat tarieven pieken. Tegelijkertijd zorgen veranderende belastingen en subsidieregelingen ervoor dat investeren nu extra aantrekkelijk is. Voor sommigen voelt het als “vijf voor twaalf”: nu handelen om toekomstbestendig te blijven.’
Strikte veiligheidsregels
De systemen die bedrijven gebruiken variëren in omvang, maar vaak bestaan ze uit meerdere containers met lithium-ionaccu’s. Volkering: ‘Juist dat vraagt om strikte veiligheidsregels. Een accu die eenmaal brandt, dooft niet zomaar. De hitte en straling kunnen overslaan naar nabijgelegen gebouwen. Daarom schrijft de richtlijn PGS 37-1 een minimale afstand voor van tien meter tussen de opslag en bedrijfsbebouwing. Hierbij staat PGS voor Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen, bedoeld om de veiligheid te waarborgen voor veilig gebruik van lithium-ionaccu’s in een EOS.’
Ruimtegebrek
En daar wringt het vaak. Vooral ruimtegebrek en veiligheidseisen zorgen voor hoofdbrekens. ‘Veel bedrijven hebben die ruimte simpelweg niet’, vervolgt Volkering. ‘Dat betekent in principe dat zo’n EOS of het gebouw dan niet verzekerbaar is.’
Maar er zijn ook oplossingen. Grutterink: ‘We denken graag mee. In het geval dat een bedrijf niet voldoende ruimte heeft om het EOS op ruime afstand van de bedrijfsgebouwen te plaatsen, is het soms ook voldoende om een betonnen scheidingswand met brandvertragende eigenschappen te plaatsen.’
Er zijn kwekers die zonder overleg met de verzekeraar accu’s op hun terrein plaatsen, met alle risico’s van dien
Thermal runaway
De kans dat een energieopslagsysteem problemen veroorzaakt is klein, maar de impact kan zoals gezegd groot zijn. ‘Brand, explosie of het vrijkomen van giftige gassen zijn de voornaamste risico’s’, zegt Grutterink. ‘De boosdoener is vaak een thermal runaway: één batterijcel wordt te heet, steekt de rest aan en vervolgens kan het systeem in brand vliegen. Zo’n brand is moeilijk te blussen, want accu’s kunnen zichzelf opnieuw aansteken. De brandweer laat ze vaak gecontroleerd uitbranden. En in sommige gevallen moeten ze zelfs lange tijd onder water worden gezet om het vuur te kunnen blussen.’
Giftige gassen
Naast brandschade zijn er risico’s voor milieu en gezondheid. Grutterink: ‘Bij het blussen kunnen chemische stoffen in het bluswater terechtkomen. Dat water kan verontreinigd raken met zware metalen. En er kunnen giftige gassen vrijkomen, zoals waterstoffluoride.’ En lang niet iedere ondernemer is zich hiervan bewust. ‘Mensen denken vooral aan praktische zaken. Waar zet ik de accu? Hoeveel energie levert het op? Maar aan de veiligheidsrisico’s wordt vaak niet gedacht, terwijl het wel gaat om installaties met grote vermogens. Daarom hameren we op preventie. Een goed Battery Management System dat temperatuur en spanning bewaakt, met goede ventilatie en veilige afstanden tussen installaties is essentieel’, aldus Grutterink.

Dure les
Ondernemers realiseren zich niet altijd dat het loont om in een vroeg stadium via hun tussenpersoon contact op te nemen met de verzekeraar. ‘Er zijn kwekers die zonder overleg met de verzekeraar al accu’s op hun terrein hebben geplaatst, met alle risico’s van dien’, zegt Volkering. ‘Soms staan de containers te dicht bij gebouwen of voldoen ze niet aan de brandveiligheidseisen. Dan blijkt achteraf dat de installatie niet verzekerd kan worden. Dat is een dure les. Beter is om samen met de verzekeraar te kijken naar vermogen, opstelling, afstand en bouwkundige maatregelen.’
Preventie als sleutel
Bij elk nieuw systeem kijkt Nationale-Nederlanden naar de risico’s en de totale veiligheid. ‘We willen bijvoorbeeld weten waar het systeem komt te staan, hoe de ventilatie bij inpandig geplaatste systemen is geregeld en hoe dicht het systeem bij andere installaties staat’, zegt Grutterink. ‘We gaan dan ook het liefst om tafel met de klant, vóórdat het systeem wordt geplaatst, om dat samen door te nemen. We willen niet alleen maar eisen opleggen, maar vooral ook meedenken. Met de juiste maatregelen kunnen ondernemers veel risico’s beperken.’
Transport en recycling
Daarbij draait het om meer dan brandveiligheid alleen. Grutterink: ‘Ook transport en recycling spelen mee. Wat doe je met een beschadigde accu? Hoe zorg je dat die veilig wordt afgevoerd en hoe bepaal je of de accu nog veilig kan worden hergebruikt? We kijken steeds meer naar de hele keten. Verzekeren is niet alleen schade vergoeden, maar ook het verzekerbaar houden van innovaties.’ Hierin speelt het Klimaatacceptatieteam van Nationale-Nederlanden een centrale rol. ‘Als een klant een systeem groter dan 20 kWh wil installeren, vragen we om tijdig contact met ons op te nemen. Dan denken onze technisch risicodeskundigen mee over de locatie, brandwerende maatregelen en de opstelling. Hoe eerder we betrokken zijn, hoe beter we kunnen helpen’, aldus Grutterink.
Door ervaringen te delen, kunnen fabrikanten en installateurs hun producten verbeteren. Wij willen bijdragen aan veiligere ontwerpen
Duizenden glassplinters
Ook de ervaring van Nationale-Nederlanden met zonne-energie helpt bij het beoordelen van nieuwe risico’s. ‘We hebben de afgelopen jaren veel geleerd van brandschades met zonnepanelen’, vertelt Grutterink. ‘Welke schade er zou volgen na brand van zonnepanelen was nog niet goed inzichtelijk. Tot bleek dat bij een brand duizenden glassplinters en deeltjes kilometers ver verspreid raakten over weilanden. De koeien moesten op stal en we moesten de deeltjes laten opruimen door gespecialiseerde bedrijven met een grote stofzuiger die letterlijk het weiland schoon zuigt. Sindsdien hebben we een aparte dekking voor opruimingskosten opgenomen.’ Voor EOS verwacht Nationale-Nederlanden vergelijkbare uitdagingen. Grutterink: ‘Vervuild bluswater, verontreiniging van grond, gevaarlijke stoffen. We onderzoeken nu met verschillende partijen hoe je afgebrande accu’s veilig kunt opruimen en afvoeren. Wie is verantwoordelijk? Valt het onder de verzekering? We willen dat hele traject verzekerbaar maken.’
Regelgeving: PGS 37-1
Om de veiligheid van energieopslagsystemen te vergroten, geldt sinds 2024 de richtlijn PGS 37-1 voor installaties vanaf 20 kWh. ‘Dat is een belangrijke stap’, zegt Grutterink. ‘Die richtlijn beschrijft hoe je energieopslagsystemen veilig installeert en onderhoudt. Denk aan eisen voor brandbeveiliging, ventilatie, veiligheidszones, compartimentering en noodprocedures. Grutterink: ‘We vullen de PGS 37-1 aan met eigen preventiemaatregelen. Zo willen we ervoor zorgen dat klanten precies weten wat er van hen verwacht wordt. Het verzekeren van grote opslagsystemen is altijd maatwerk, maar met PGS 37-1 hebben we een helder kader.’
Innovatie en kennisdeling
Nieuwe batterijchemieën, waterstofopslag, thermische systemen, de energie-innovaties razen voort. Grutterink: ‘Daarom investeren we in kennis. Niet alleen intern, maar ook met partners in de sector. Onze technisch risicodeskundigen werken samen met installateurs, brandveiligheidsadviseurs en brancheorganisaties. We delen kennis via intermediairs en bijeenkomsten. Zo houden we elkaar scherp.’ Die samenwerking helpt ook de sector vooruit. ‘Door ervaringen te delen, kunnen fabrikanten en installateurs hun producten verbeteren. Net zoals we dat bij zonnepanelen hebben gedaan, willen we bijdragen aan veiligere ontwerpen. Als we zien dat iets vaak misgaat, brengen we dat terug naar de keten’, aldus Grutterink.
Niet de rem maar de versneller
De uitdaging is helder: Nederland wil verduurzamen, maar de infrastructuur kan de groei nauwelijks aan. Energieopslag is een cruciaal onderdeel van de oplossing, mits de risico’s onder controle gehouden kunnen worden. ‘Als het misgaat, is de impact groot. Daarom willen we als verzekeraar vooroplopen in kennis. We begeleiden klanten bij preventie, adviseren over de beste locatie en wijzen op risico’s die je niet direct ziet. Zo helpen we klanten om de juiste keuzes te maken, zodat de energietransitie zo snel mogelijk doorgang kan vinden. We willen daarbij niet de rem zijn, maar de versneller.’