Wat onderscheidt AI-koplopers? AI-fitheid toont wat zij anders doen
Artificial intelligence staat hoog op de agenda van bestuurders, maar slechts een beperkte groep organisaties weet de technologie daadwerkelijk om te zetten in groei en rendement. Wat doen deze AI-koplopers anders dan de rest? Volgens Edwin van Bommel en Tom Hagenaars van PwC zit het verschil niet alleen in de technologie, maar in leiderschap, cultuur, governance en de mate waarin organisaties AI weten te verankeren in hun strategie en dagelijkse praktijk.

Artificial intelligence is een onderwerp waar vrijwel geen organisatie meer omheen kan. Toch blijft bij veel bestuurders de vraag knagen: waar blijft het rendement? Terwijl sommige bedrijven aantoonbaar groeien dankzij AI, blijven andere steken bij losse pilots en beperkte resultaten. Volgens een nieuw onderzoek van PwC zit het verschil niet alleen in de technologie zelf, maar vooral ook in de mate waarin organisaties AI weten te verankeren in hun strategie, processen en cultuur. Dat vermogen noemt PwC AI-fitheid.

Het onderzoek laat zien dat organisaties met de hoogste AI‑fitheid AI-gedreven prestaties realiseren die maar liefst 7,2 keer hoger zijn dan die van andere respondenten. Daarnaast weten dit soort bedrijven twee keer zo vaak op te schalen in grote delen van de waardeketen (groei buiten de eigen sector), weten ze tweemaal zo vaak de best-presterende AI-componenten blijvend te implementeren en is de kans 80% groter dat er een structurele impactmeting van AI-initiatieven plaatsvindt.


ROI verhogen met AI
‘Er wordt vaak gezegd dat AI geen directe waarde oplevert’, zegt Edwin van Bommel, partner en AI-leider, PwC Nederland. ‘Maar ons onderzoek laat juist zien dat dat niet klopt. Er zijn wel degelijk organisaties die met AI hun omzet verhogen en hun kosten verlagen. Alleen behoort die groep nog tot de minderheid. We zien dat 74% van het AI‑rendement terechtkomt bij slechts 20% van de ruim 1200 organisaties die meededen aan het onderzoek.’
Organisaties die vooroplopen investeren vooral in AI-agents die zelfstandig doelen kunnen bereiken en acties kunnen uitvoeren. Soms zelfs zonder menselijke tussenkomst
Groot verschil tussen koplopers en achterblijvers
PwC benoemt in het onderzoek de zogeheten AI-leiders: organisaties die aantoonbaar betere financiële prestaties realiseren dan hun concurrenten dankzij AI. ‘Wat mij vooral opvalt, is hoe groot het verschil is tussen de koplopers en de achterblijvers’, zegt Van Bommel. ‘Minstens zo interessant is dat we ook kunnen aanwijzen waarom dat verschil ontstaat. Kort gezegd investeren organisaties die vooroplopen vooral in AI-agents die zelfstandig doelen kunnen bereiken en acties kunnen uitvoeren. Ze gebruiken meer geavanceerde AI-technologie zoals agentic processen en autonome agents. Soms zelfs zonder menselijke tussenkomst. Daarnaast hebben ze ook meer use cases en versterken ze hun AI-fundamenten. Denk aan strategie, investeringen, data, technologie, mensen, governance en innovatie. Tot slot zien we dat koplopers nieuwe samenwerkingen aangaan binnen de waardeketen. Ook over sectoren heen.’
Leiderschap als doorslaggevende factor
Het verschil tussen wel of geen succes, zo blijkt uit het onderzoek, ontstaat vooral aan de bestuurstafel. ‘AI-leiderschap begint met duidelijke keuzes’, zegt Tom Hagenaars, partner AI en digitale transformatie bij PwC. ‘Zien we AI als een manier om onze bestaande processen en waardeketen beter, sneller, goedkoper te maken of wordt AI gezien als manier om de waardeketen te herontwerpen? Welke productiviteitswinst streven we daarbij na? Daardoor kan een bedrijf veel beter sturen op resultaat. Bestuurders moeten bepalen waar AI daadwerkelijk waarde kan toevoegen en moeten vervolgens bereid zijn processen opnieuw in te richten. Dat vraagt visie, maar ook lef.’ Daarmee raakt hij de kern van AI-fitheid: het vermogen om technologie daadwerkelijk te gebruiken voor betere besluitvorming, hogere productiviteit, nieuwe producten en efficiëntere processen.
Je kunt enorme bedragen investeren in AI, maar als je medewerkers niet meeneemt in de verandering, stokt de waardecreatie
Onderschat de menselijke factor niet
Een andere succesfactor betreft het gedrag van medewerkers. Hagenaars: ‘Veel organisaties denken dat investeren in technologie automatisch leidt tot meer rendement. Maar zo werkt het niet. Je kunt enorme bedragen investeren in AI, maar als je medewerkers niet meeneemt in de verandering, stokt de waardecreatie. Organisaties die het meeste rendement uit AI halen, investeren daarom net zo veel in adoptie, vaardigheden en cultuur als in de technologie zelf.’ Van Bommel herkent dat beeld ook vanuit de eigen organisatie: ‘Wij maakten, en nog steeds natuurlijk, die transformatie waar onze klanten nu in zitten, ook zelf door. We zien dat het succes van AI voor een groot deel zit in de manier waarop we mensen begeleiden, opleiden en ondersteunen. Het betekent leren inzien en snappen dat een nieuwe werkwijze beter is en daarnaast vaardigheden ontwikkelen om er effectief mee te werken.’

Data blijft de onmisbare brandstof
Naast leiderschap en mensen speelt data een cruciale rol. ‘AI is zo goed als de data waarop het draait’, zegt Van Bommel. ‘Organisaties die hun data op orde hebben, kunnen sneller nieuwe toepassingen ontwikkelen, betere inzichten genereren en AI breder inzetten binnen de organisatie. Bedrijven die worstelen met versnipperde systemen, onduidelijk eigenaarschap of onvoldoende datakwaliteit, lopen al snel tegen beperkingen aan.’ Volgens hem wordt de impact van datakwaliteit zelfs groter naarmate AI breder wordt toegepast. ‘Wanneer je AI inzet voor besluitvorming, klantinteractie of procesoptimalisatie, wil je zeker weten dat de onderliggende informatie klopt. Anders schaal je fouten op. Daarom investeren koplopers structureel in hun datafundament. Ze beschouwen data niet als een IT-vraagstuk, maar als een strategische asset.’
Bedrijven concurreren straks niet alleen meer met partijen uit hun eigen sector, maar ook met spelers uit aangrenzende markten
Governance wordt steeds belangrijker
Ook het thema ‘governance en risico’ vormt een van de fundamenten van AI-fitheid. Door de snelle opkomst van generatieve AI, oftewel AI die nieuwe, originele content creëert is immers een nieuw vraagstuk toegevoegd: hoe houd je controle? Bestuurders worstelen daardoor met vragen over betrouwbaarheid, privacy, nieuwe risico’s, intellectueel eigendom en regelgeving. Zeker nu de Europese AI Act nieuwe verplichtingen introduceert. Volgens Hagenaars is de continue controle op AI, waarborgen dat AI altijd ethisch en verantwoord ingezet wordt, uitgegroeid tot een essentieel onderdeel van AI-fitheid. Het is niet meer slechts één controle aan het einde van het jaar. ‘Veel organisaties beginnen enthousiast met experimenteren. Dat is prima. Maar op een gegeven moment moet je ook nadenken over de betrouwbaarheid en relevantie van de uitkomsten van AI. Wie is verantwoordelijk? Welke toepassingen zijn toegestaan? Hoe monitor je kwaliteit? AI-leaders creëren ruimte om te experimenteren, maar bouwen tegelijkertijd aan duidelijke kaders waarmee kwaliteit, compliance en toegevoegde waarde continu gemonitord worden.’
AI als groeiversneller
Volgens PwC staan veel organisaties pas aan het begin van hun AI-reis en liggen de echte groeikansen dan ook nog grotendeels voor hen. Van Bommel: ‘Deze bedrijven moeten nog net die stap verder zetten. Dan gaat het vooral over bedrijfsvoering. Hoe integreer je AI in je kernprocessen?’
Organisaties die vooroplopen met AI voeren dus niet simpelweg ‘meer’ AI in, benadrukt Van Bommel. ‘Zij bouwen de vaardigheden die AI schaalbaar en betrouwbaar maken en kiezen vervolgens heel bewust waar ze met AI kunnen versnellen voor een maximale financiële impact. En dat kan in een heel nieuw gebied of sector zijn dan ze gewend waren.’ ‘We zien nu vooral organisaties die bestaande processen verbeteren’, voegt Hagenaars hieraan toe. ‘Maar uiteindelijk wordt AI ook een motor voor nieuwe businessmodellen, nieuwe producten en nieuwe vormen van dienstverlening.’


Nieuwe waardeketens
Van Bommel geeft het voorbeeld van hoe een groot e-commercebedrijf met AI complete waardeketens weet te veranderen. ‘Dit bedrijf gebruikt AI om trends op sociale media te analyseren, ontwikkelt op basis daarvan nieuwe ontwerpen en produceert alleen de modellen die daadwerkelijk aanslaan. Daarmee worden ontwerp, marketing en productie veel sterker datagedreven dan in traditionele modeketens.’
Het feit dat waardeketens kunnen veranderen door de komst van AI sluit aan bij bredere ontwikkelingen die PwC beschrijft rondom economische en sectorale convergentie. Grenzen tussen sectoren vervagen steeds sneller, mede dankzij digitale technologieën en AI. ‘Daardoor ontstaan compleet nieuwe concurrentieverhoudingen’, zegt Van Bommel. ‘Bedrijven concurreren straks niet alleen meer met partijen uit hun eigen sector, maar ook met spelers uit aangrenzende markten.’ Juist daarom wordt AI-fitheid volgens hem een strategische noodzaak.
Versnellen doe je zo
Van Bommel benadrukt vervolgens dat nu de tijd is om te versnellen. Daarbij hoeven organisaties niet meteen hun hele bedrijf om te gooien. Van Bommel: ‘Begin met twee of drie domeinen waar AI de grootste impact kan hebben en denk daarbij ambitieus. Kijk vervolgens welke randvoorwaarden nodig zijn om die toepassingen succesvol te maken. AI inzetten voor risicovolle processen? Versterk dan je governance en toezicht. Juist meer werken met AI-agents? Dan heb je als organisatie naast betrouwbare data een veilig platform nodig waarop deze toepassingen kunnen draaien, worden beheerd en gemonitord.’
De technologie ontwikkelt zich razendsnel, maar het tempo van de transformatie wordt bepaald door mensen
Organisatorische revolutie
De grootste uitdaging om met AI een hoger ROI te krijgen is volgens Van Bommel en Hagenaars het veranderen van de organisatie zelf. Dat vraagt om leiderschap, duidelijke keuzes, nieuwe vaardigheden en de bereidheid om bestaande werkwijzen ter discussie te stellen. Hagenaars: ‘De technologie ontwikkelt zich razendsnel, maar het uiteindelijke tempo van de transformatie wordt bepaald door mensen, kun je je mensen wel of niet meenemen? Organisaties die AI vooral zien als een IT-project zullen dan moeite houden om waarde te realiseren.’ Van Bommel: ‘De echte koplopers zijn de organisaties die AI gebruiken als katalysator voor bredere verandering. Het zijn de organisaties die bereid zijn om continu te leren, te experimenteren en zichzelf opnieuw uit te vinden. Dat maakt dat AI vooral vraagt om een organisatorische revolutie.’
Iedere organisatie kan AI-fit worden
Het goede nieuws is volgens beide PwC-partners dat AI-fitheid geen exclusief domein is van techbedrijven of organisaties met enorme budgetten. ‘Iedere organisatie kan stappen zetten’, zegt Hagenaars. ‘Je hoeft niet meteen alles tegelijk te doen. Het begint met focus. Onderzoek waar AI echt waarde kan toevoegen en bouw van daaruit verder.’ Van Bommel sluit zich daarbij aan. ‘De verschillen tussen leiders en achterblijvers zitten zoals gezegd niet in toegang tot technologie. Het verschil zit in de keuzes die organisaties maken.’ Precies daarin schuilt volgens PwC de essentie van AI-fitheid: niet experimenteren met de mogelijkheden van de technologie, maar investeren in het vermogen van de organisatie om AI daadwerkelijk om te zetten in groei.
Ben jij klaar om bij de AI-koplopers aan te sluiten?
Benieuwd hoe AI-fit jouw organisatie is?
Meer weten over de PwC AI Perfomance Study? Lees hier meer over dit onderzoek.