‘We kunnen van textielafval een nieuwe Europese industrie maken’
De textielindustrie produceert wereldwijd zo’n 127 miljoen ton textielafval per jaar en die berg afval neemt alleen maar toe. Textielrecycler Reju wil dat veranderen door polyester uit afgedankt textiel terug te winnen en opnieuw als hoogwaardige grondstof in te zetten. CEO Patrik Frisk: ‘We willen bewijzen dat circulariteit op industriële schaal mogelijk is.’

Reju, eigendom van Technip Energies, wil de textielindustrie radicaal veranderen door polyester uit afgedankt textiel te halen en er op moleculair niveau opnieuw een hoogwaardige grondstof van te maken. ‘Maar technologie alleen is niet genoeg’, zegt CEO Patrik Frisk. Daarom bouwt Reju aan een complete circulaire keten, van inzameling en sortering tot recycling en hergebruik. In Nederland moet op het Limburgse industriecomplex Chemelot de eerste industriële Regeneration Hub verrijzen. ‘Als we daar kunnen bewijzen dat het model werkt, bewijzen we dat circulariteit op industriële schaal mogelijk is.’
Waarom houdt het probleem van textielafval u zo bezig?
‘Ik heb van dichtbij gezien hoe milieubelastend de textielketen is georganiseerd. In 2019 begonnen we daarom een samenwerking met IBM om een technologie te ontwikkelen voor het recyclen van polyester. We wilden onder meer minder afhankelijk worden van recycled PET uit plastic flessen. Om goed begrijpen hoe groot het probleem met textielafval werkelijk was, heb ik later samen met onder meer Boston Consulting Group en experts uit de keten, maandenlang onderzoek gedaan.’

We halen grote hoeveelheden olie uit de grond om nieuw polyester te produceren, terwijl het materiaal dat we al hebben opnieuw kan worden gebruikt
Wat verbaasde u het meest?
‘Dat er vrijwel nergens ter wereld geautomatiseerd wordt gesorteerd op vezelsamenstelling. Textiel wordt vooral gesorteerd op de vraag: kan dit kledingstuk nog worden gedragen en verkocht? Maar voor recycling moet je iets anders weten: waar bestaat het materiaal uit? Is het katoen, polyester, polyamide of een mix? Toen wij begonnen, waren er maar een paar experimentele installaties die dat deden.’
Hoe groot is het textielafvalprobleem inmiddels?
‘Wereldwijd ging het in 2025 om ongeveer 127 miljoen ton textielafval. Richting 2030 gaan we naar bijna 150 miljoen ton als de huidige groei doorzet. Slechts minder dan 1% wordt textile-to-textile gerecycled. De rest wordt grotendeels verbrand, gestort of verdwijnt naar andere bestemmingen. Tegelijkertijd kopen mensen steeds meer kleding en houden ze kleding korter. Dat maakt de afvalstroom alleen maar groter. Als je weet dat we in 2027 naar schatting wereldwijd het equivalent van ongeveer één miljard vaten olie gebruiken om het polyester te produceren dat voor textiel nodig is, dan is duidelijk dat we hier iets aan moeten doen. We hebben aan de ene kant grote hoeveelheden polyester in afgedankt textiel en aan de andere kant halen we nieuwe olie uit de grond om weer nieuw polyester te produceren. Terwijl het materiaal dat we al hebben opnieuw kan worden gebruikt.’
Wat doet Reju precies?
We sorteren polyester uit afgedankt textiel en breken het af tot op moleculair niveau. We verwijderen daarbij de ongewenste stoffen, andere vezels en chemicaliën. Daarna bouwen we de moleculaire keten opnieuw op. Daaruit kunnen we een heel zuiver en consistent materiaal maken – zelfs beter dan het oorspronkelijke polyester – én het proces steeds opnieuw herhalen. Tegelijkertijd bouwen we aan een complete infrastructuur: van inzameling en sortering tot verwerking en hergebruik.’
Gerecycled polyester bestaat toch al langer?
Ja, maar veel recycled polyester in kleding wordt gemaakt van PET-flessen. Dat heb ik zelf in de jaren negentig ook helpen introduceren. Destijds was dat een goede oplossing, omdat er nog nauwelijks een gesloten systeem bestond voor plastic flessen. Maar PET-flessen hebben inmiddels hun eigen recyclingketen. Als je dat materiaal uit die keten haalt en er kleding van maakt, komt het uiteindelijk terecht in een systeem waar het vaak niet opnieuw wordt gerecycled.’
Iedereen in de keten moet er economisch belang bij hebben. Zonder economische voordelen voor iedereen gaat dit niet werken
Wat betekent jullie technologie voor de CO₂-uitstoot?
‘Onze technologie gebruikt ongeveer 50% minder CO₂ dan wanneer je virgin polyester maakt uit nieuwe fossiele grondstoffen. En omdat je het proces telkens opnieuw kunt uitvoeren, blijft die winst bestaan wanneer het materiaal opnieuw wordt gerecycled.’
Waarom richt Reju zich op de hele keten?
‘Omdat een fabriek zonder aanvoer niets waard is. Je hebt een pipeline nodig. Daarom werken we inmiddels met meer dan 130 partijen op het gebied van inzameling, sortering en voorbereiding van textielafval. Eerst moet worden bekeken welke kledingstukken nog kunnen worden hergebruikt. Vervolgens kun je bijvoorbeeld zuiver katoen of polyamide apart houden voor andere recyclingtechnieken. De grote gemengde textielstroom die daarna overblijft, is interessant voor ons. Daar moeten vervolgens nog knopen, ritsen en andere onderdelen uit worden gehaald voordat het materiaal onze installatie ingaat. En aan het eind van het proces moet het materiaal weer worden opgenomen door garenproducenten, stoffenproducenten, merken en retailers. Als één schakel niet werkt, krijg je geen circulair systeem. Iedereen in die keten moet er economisch belang bij hebben. Zonder economische voordelen voor iedereen gaat dit niet werken.’

Hoe ver is Reju inmiddels?
‘In Frankfurt hebben we Hub Zero gebouwd, onze eerste Regeneration Hub. Die installatie is vooral bedoeld om onze technologie op schaal te bewijzen. We zijn in september 2023 begonnen met de bouw en waren in oktober 2024 klaar. Dat is in Duitsland, inclusief alle vergunningen, in ongeveer een jaar gelukt. Dat laat meteen zien dat dit soort industriële projecten in Europa wel degelijk kan worden gerealiseerd.’
De volgende grote stap wordt Chemelot in Limburg. Wat gaat daar gebeuren?
‘Chemelot wordt onze eerste industriële installatie, Regeneration Hub One. Die moet ongeveer 60.000 ton textielafval per jaar kunnen verwerken en daar ongeveer 50.000 ton chemische bouwsteen voor nieuw polyester produceren. In hoeveelheid textiel komt dat overeen met ruwweg 300 miljoen kledingstukken per jaar. Nederland is daarvoor een heel logische locatie. Er is uitstekende infrastructuur, met spoor, water en wegen. Bovendien zitten enkele van de best georganiseerde textielsorteerders van Europa in Nederland. En geografisch ligt Chemelot gunstig ten opzichte van Nederland, België, Duitsland en Noord-Frankrijk, waardoor je toegang hebt tot grote hoeveelheden textielafval.’
Blijft het bij deze fabriek?
‘Nee. We hebben ook plannen aangekondigd voor Zuidwest-Frankrijk en Rochester in de Verenigde Staten. Onze ambitie is groot. We willen de groei van textielafval tegen 2035 daadwerkelijk gaan afremmen. Daarom denken wij dat we in Europa en Noord-Amerika gezamenlijk ongeveer 800.000 tot 900.000 ton recyclingcapaciteit moeten realiseren. Dat betekent ergens tussen de vijftien en twintig grote fabrieken. En zelfs dan houden we in eerste instantie vooral de groei van de afvalberg bij. Dat geeft aan hoe groot deze opgave is.’
Er komen alleen investeerders wanneer zij weten dat er ook vraag zal zijn naar het gerecyclede materiaal
Wat moeten overheden volgens jullie doen?
‘Er moet vooral een markt ontstaan. Je kunt miljarden investeren in recyclingcapaciteit, maar private investeerders doen dat alleen wanneer zij weten dat er ook vraag zal zijn naar het gerecyclede materiaal. Daarom is Extended Producer Responsibility, EPR, zo belangrijk. Producenten worden verantwoordelijk voor het afval dat hun producten aan het einde van hun levensduur veroorzaken. Maar EPR mag niet alleen betekenen dat we afval beter gaan beheren. Dan organiseer je uiteindelijk nog steeds verbranding, stort of export. Je moet EPR verbinden aan circulariteit: materiaal inzamelen, sorteren, recyclen en vervolgens daadwerkelijk weer terugbrengen in nieuwe producten.’
Wat kan een eerste concrete stap zijn?
‘Door de EPR-systemen in Europa veel beter op elkaar af te stemmen. EPR wordt de komende jaren in heel Europa verplicht. Producenten worden daarmee financieel verantwoordelijk voor de inzameling en verwerking van het textiel dat zij op de markt brengen. Ons systeem sluit hier naadloos op aan. Volgens BCG en ReHubs is er tot 2035 zo’n € 8 tot € 11 miljard nodig voor een infrastructuur voor inzameling, sortering, voorbewerking en recycling. Dat geld komt alleen los als investeerders vertrouwen hebben in voldoende aanvoer én voldoende vraag. EPR moet daarom niet alleen de kosten van afvalverwerking dekken, maar ook zorgen dat gerecycled materiaal daadwerkelijk weer door de industrie wordt afgenomen. Anders voegen we vooral een extra administratieve laag toe.’
Tot slot. Waar bent u na drie jaar Reju het meest trots op?
‘Dat we er nog zijn. We hebben de juiste mensen weten aan te trekken, Technip Energies heeft in deze ambitie durven investeren, we hebben de installatie in Frankfurt gebouwd en onze technologie werkt. Nu zijn we heel dicht bij het moment waarop we de eerste industriële fabriek kunnen realiseren. Als we Chemelot bouwen en aantonen dat het model werkt, bewijzen we dat circulariteit op industriële schaal mogelijk is. Dan valt er meteen een belangrijk excuus weg voor bedrijven om hier níet aan mee te doen. Dat is ook waarom dit voor Europa zo belangrijk is. Een groot deel van de wereldwijde polyesterproductie zit inmiddels in China. Wij willen laten zien dat Europa zelf een nieuwe circulaire industrie kan opbouwen rondom een grondstof die hier al aanwezig is: ons eigen textielafval. Er is een oplossing. Nu moeten we ervoor zorgen dat technologie, infrastructuur, regelgeving en vraag tegelijkertijd in beweging komen.’
Dit is Reju
Reju is eigendom van Technip Energies, een internationaal opererend technologie- en ingenieursbedrijf dat actief is in 35 landen en dat zich sterk richt op de energietransitie. Voor de eerste industriële Regeneration Hub op Chemelot in Nederland ontving Reju een subsidie van € 135 miljoen van de Nederlandse overheid. Volgens BCG/ReHubs is tot 2035 naar schatting € 8 tot € 11 miljard aan investeringen nodig om de sector op te schalen naar 2,7 miljoen ton gerecycled textiel per jaar.