Direct naar de content
Dit artikel wordt u aangeboden door Reju
De redactie van Het Financieele Dagblad draagt voor deze inhoud geen verantwoordelijkheid.

Van kledingcontainer tot nieuwe vezel: de verandering van de textielketen 

Europa heeft bergen afgedankt textiel, maar voor veel daarvan bestaat nog geen rendabele weg terug naar nieuwe kleding. Volgens Charles Graft van textielinzamelaar Sympany en Jasmina Dapo van textielrecycler Reju ligt de oplossing in de verbinding tussen inzameling, sortering en afname.

Textielinzamelaar Sympany : ‘Als we sortering niet industrialiseren, blijft die te duur en kan recycling moeilijk opschalen.’ 

In een zak afgedankte kleding zit een jas die nog draagbaar is, een katoenen blouse met knopen, een polyester shirt en een ribcord broek met gaten. Allemaal verschillende materialen, met elk een andere bestemming. ‘Daar begint het ingewikkelde werk’, zegt Charles Graft, directeur van Stichting Sympany en betrokken bij de European Circular Textile Coalition. ‘We moeten bepalen wat geschikt is voor hergebruik en wat naar welke recycler kan. Voor Reju is bijvoorbeeld van belang of een kledingstuk voldoende polyester bevat. Een andere partij zoekt juist katoen.’ Inzamelen alleen is dus niet genoeg. Pas als bekend is wat er is ingezameld, kan het materiaal gericht verder door de keten. 

Als we sortering niet industrialiseren, blijft die te duur en kan recycling moeilijk opschalen

Charles Graft
Directeur Stichting Sympany 

Polyester uit afgedankt textiel 

Wereldwijd ontstaat jaarlijks zo’n 127 miljoen ton textielafval, terwijl minder dan 1% weer tot nieuw textiel wordt verwerkt. Reju wil op het Limburgse industrieterrein Chemelot nu een fabriek bouwen die nieuw polyester uit afgedankt textiel terugwint. Daarmee is de vraag hoe dat textiel de juiste fabriek bereikt en hoe de nieuwe grondstof daarna weer een afnemer vindt, actueler dan ooit. Het huidige systeem is ontworpen voor afdanking, niet voor circulariteit’, vervolgt Graft. De flessenhals zit volgens hem bij het sorteren van ingezameld textiel. Dat gebeurt nog voor een groot deel met de hand. Sympany heeft daarom geïnvesteerd in een machine die kledingstukken op een lopende band met camera’s en kunstmatige intelligentie analyseert. Zo kan het bedrijf vaststellen of een artikel bijvoorbeeld polyester of katoen bevat. De zakken met ingezamelde kleding worden nu nog met de hand geopend. Sympany wil ook die stap automatiseren. Die uitbreiding kost geld, terwijl het verdienmodel van inzamelaars onder druk staat. Sympany krijgt steeds minder terug per kilo textiel. ‘Maar we moeten wel. Als we sortering niet industrialiseren, blijft die te duur en kan recycling moeilijk opschalen.’ 

Opschalen is lastig 

Voor Reju is een goed gesorteerde stroom van groot belang. ‘Een recyclingfabriek kan alleen draaien als je weet welk materiaal je krijgt en in welke hoeveelheden’, zegt Jasmina Dapo, country managing director van Reju in Nederland. ‘Maar de sorteerder wil graag vooraf weten of er straks een partij is die dat materiaal daadwerkelijk afneemt.’ Aan de andere kant van de fabriek speelt dezelfde onzekerheid. Kledingmerken willen gerecycled polyester gebruiken, maar vragen zich af of de kwaliteit, hoeveelheid en levering betrouwbaar genoeg zullen zijn. ‘Iedereen wil vooruit, maar kijkt ook naar de volgende schakel’, zegt Dapo. ‘Dat maakt opschalen lastig. Je kunt niet één onderdeel van de keten ontwikkelen en verwachten dat de rest vanzelf volgt.’ 

Circulariteit kan niet bestaan zonder traceerbaarheid. Je wilt weten waar een materiaal vandaan komt, waar het is gesorteerd en hoeveel gerecyclede inhoud uiteindelijk in een nieuw product terechtkomt

Jasmina Dapo
Country managing director, Reju Nederland 

Beter in kaart brengen

Ook data over wat er wordt ingezameld en waaruit het textiel bestaat zijn van belang. Volgens Graft zijn die gegevens noodzakelijk om van een afvalstroom een bruikbare grondstoffenstroom te maken. ‘Als we weten hoeveel kilo uit een bepaalde inzameling komt, kunnen we ook laten zien welk deel geschikt is voor hergebruik, hoeveel materiaal uit katoen bestaat en hoeveel voldoende polyester bevat voor Reju’, zegt hij. ‘Een recycler heeft een constante aanvoer met een bekende samenstelling nodig. Anders weet deze niet waarop hij zijn proces moet inrichten.’ 
Dapo ziet nog een tweede reden om die informatie vast te leggen. ‘Circulariteit kan niet bestaan zonder traceerbaarheid. Je wilt weten waar een materiaal vandaan komt, waar het is gesorteerd en hoeveel gerecyclede inhoud uiteindelijk in een nieuw product terechtkomt.’ Die gegevens bieden investeerders bovendien een beter beeld van de beschikbare hoeveelheden en de mogelijke opbrengsten. En ze zijn van belang voor producenten die straks moeten aantonen wat zij met afgedankt textiel doen. 

Producentenverantwoordelijkheid 

Uiterlijk in april 2028 moeten namelijk alle EU-lidstaten een systeem voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (EPR) voor textiel hebben ingericht, waarbij producenten meebetalen aan de inzameling en verwerking van afgedankt textiel. Hun bijdragen kunnen de inzameling en verwerking financieren. Volgens Dapo moet het systeem echter verder gaan dan de bestaande afvalstroom beheren. ‘Je moet ook kunnen investeren in beter sorteren, in de voorbereiding van materiaal en in recyclingcapaciteit. Anders bouw je geen circulaire keten op.’ 

Wie betaalt wat? 

Dat vraagt om duidelijke afspraken over de besteding van het geld. Wie betaalt de dagelijkse kosten van inzameling? En hoe wordt geïnvesteerd in machines en installaties die pas over enkele jaren op volle schaal draaien? De bijdragen van producenten zouden volgens Reju bovendien kunnen verschillen naar gelang de circulariteit van hun producten: ontwerp dat hergebruik en recycling makkelijker maakt, verdient een andere behandeling dan ontwerp dat beide bemoeilijkt. Voor Graft en Dapo is de vraag vooral wat die producentenverantwoordelijkheid in de praktijk mogelijk gaat maken. ‘Als het geld alleen de bestaande inzameling en afvalverwerking betaalt, verandert de keten onvoldoende’, zegt Dapo. ‘Er moeten ook middelen zijn om sortering, voorbereiding en recycling op te schalen.’ 
 

Je kunt niet zeggen dat textiel een waardevolle grondstof is en de kosten om die grondstof beschikbaar te maken vervolgens bij de sorteerder laten liggen

Charles Graft
Directeur Stichting Sympany 

Grensoverschrijdend 

Nederland en Frankrijk hebben al een vorm van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor textiel. De Europese regels moeten nu ook in andere lidstaten worden ingevoerd. Maar dan moeten de regels wel op elkaar aansluiten. Textiel wordt in het ene Europese land ingezameld, in een ander land gesorteerd en mogelijk weer elders gerecycled of verwerkt tot nieuwe stof. Dapo: ‘In 27 landen zijn inzameling, sortering en verwerking verschillend georganiseerd. Je hoeft niet overal exact hetzelfde systeem te hebben, maar wel dezelfde kernregels en vergelijkbare gegevens. We moeten voorkomen dat iedereen opnieuw zijn eigen methode bedenkt en partijen elkaar vervolgens niet begrijpen.’ 

Samenwerken en verantwoordelijkheid delen 

Het is daarnaast belangrijk dat organisaties die namens producenten het systeem uitvoeren, goed samenwerken met de bedrijven die het textiel daadwerkelijk inzamelen en verwerken. Graft spreekt vanuit die dagelijkse praktijk. ‘Je kunt niet zeggen dat textiel een waardevolle grondstof is en de kosten om die grondstof beschikbaar te maken vervolgens bij de sorteerder laten liggen. Die verantwoordelijkheid moet breed worden gedeeld.’ Zo kunnen  gemeenten volgens hem helpen bij een goede inzamelstructuur. Producenten betalen straks via hun bijdragen voor hun verantwoordelijkheid. En voor grotere machines en fabrieken ziet hij daarnaast een rol voor private investeerders, waaronder pensioenfondsen. Graft: ‘Pensioenfondsen investeren veel in het buitenland, terwijl hier in Europa een duurzame industrie kan ontstaan waar ook geld mee te verdienen valt.’ 

Over Stichting Sympany

Stichting Sympany is een van de grootste textielinzamelaars van Nederland. Het bedrijf geeft draagbare kleding een nieuwe bestemming en werkt aan betere sortering en recycling van het overige textiel. Charles Graft is directeur-bestuurder van Sympany en betrokken bij de European Circular Textile Coalition, waarin bedrijven uit de textielketen samenwerken aan een circulaire Europese industrie.

Roep om afzetmarkt

Maar investeerders willen zekerheid. Het heeft weinig zin om veel sorteercapaciteit te bouwen als niemand het gesorteerde materiaal afneemt. Ook zal een recycler niet grootschalig investeren zonder zicht op voldoende aanvoer en klanten voor het eindproduct. Daarom koppelen Graft en Dapo producentenverantwoordelijkheid aan een tweede maatregel: eisen aan de hoeveelheid gerecycled materiaal die kledingmerken gebruiken. ‘Dan ontstaat er een afzetmarkt’, zegt Graft. ‘Zolang nieuw polyester goedkoper is en niemand verplicht is gerecyclede vezels af te nemen, moeten die twee onder ongelijke voorwaarden concurreren.’  

De bereidheid om samen te werken met alle ketenpartners is er. Nu moeten we ervoor zorgen dat het niet bij gesprekken alleen blijft

Jasmina Dapo
Country managing director, Reju Nederland 

Overheid als eerste klant 

Dapo vindt dat overheden ook via hun eigen inkoop kunnen helpen. ‘Als je als overheid circulaire producten belangrijk vindt, kun je zelf vraag creëren’, zegt ze. Ze denkt bijvoorbeeld aan textiel dat de overheid voor haar diensten inkoopt. Een grote klant die gerecyclede vezels vraagt, kan een producent meer zekerheid geven om die vezels te gebruiken en een recycler meer zekerheid bieden om te investeren. Aanbestedingsregels moeten daarvoor volgens haar voldoende ruimte bieden. Graft kijkt nog een stap verder. Als Europa textiel wil terugwinnen als grondstof, moet het volgens hem ook nadenken over waar van die grondstof nieuwe producten worden gemaakt. ‘Anders sturen we straks de gerecyclede vezels alsnog de wereld over om er kleding van te laten maken. Mijn ambitie is dat hier in Europa een concurrerende circulaire textielindustrie ontstaat.’  

Samenwerken in de keten 

Voorlopig ligt het werk dichterbij. Sympany wil zijn sorteertechnologie SORTED Technologies verder uitrollen. Reju spreekt met inzamelaars, producenten en andere partijen over de aanvoer en afname die zijn fabriek nodig heeft. Daarbij zoeken Reju en Sympany nadrukkelijk de samenwerking met alle partijen in de keten die nodig zijn om circulariteit daadwerkelijk van de grond te krijgen. Samen brengen ze in kaart waar elke schakel vastloopt én wat nodig is om die knelpunten gezamenlijk op te lossen. ‘De bereidheid om samen te werken met alle ketenpartners is er’, zegt Dapo. ‘Nu zorgen we ervoor dat het niet bij gesprekken alleen blijft.’ Volgens Graft zijn langdurige afspraken nodig om investeringen mogelijk te maken: afspraken over de bijdragen van producenten, het delen van gegevens en de afname van gerecycled textiel. Graft: ‘Wij kunnen het materiaal sorteren. Reju kan er weer een grondstof van maken. De technologie is er. Maar pas als alle partijen in de keten hun rol pakken, die grondstof wordt gekocht en opnieuw wordt gebruikt, wordt de keten circulair. En ik ben ervan overtuigd dat we dat met elkaar kunnen realiseren.’ 

Meer weten? 

Hoe kan Europa afgedankt textiel omzetten in een grondstof voor nieuwe vezels? Lees Reju’s position paper

Deel op social media