Extreem weer zet de toekomst van koffieboeren op scherp
Extreem weer rukt wereldwijd op. Hitte, droogte, stormen en overstromingen raken mens en natuur. Hoe beïnvloedt dat ons leven? En wat kunnen we daar tegen doen? Harm Goossens, directeur van het Nederlandse Rode Kruis, gaat daarover in gesprek met leiders van bedrijven die de gevolgen al voelen. Deze keer: Meine van der Graaf, impactmanager bij koffiemerk Wakuli. ‘Goede koffie is geen vanzelfsprekendheid meer.’

Meine van der Graaf en Harm Goossens zien dagelijks hoe extreme droogte en stortregens de levens van honderdduizenden mensen bedreigen. Van der Graaf is impactmanager bij Wakuli, een snelgroeiend Nederlands duurzaam koffiemerk dat zestienduizend koffieboeren in dertien landen wereldwijd een fair price betaalt en helpt duurzaam te werken. Goossens ziet als directeur van het Nederlandse Rode Kruis de bredere impact. Zijn organisatie biedt wereldwijd noodhulp bij rampen, maar richt zich ook steeds meer op het verkleinen van de impact vóórdat een natuurramp plaatsvindt. Iets wat de laatste jaren steeds noodzakelijker wordt: het is goedkopere hulpverlening én het redt mensenlevens. Zo geven lokale vrijwilligers de lokale bevolking voorlichting en helpen ze om onder meer waarschuwingssystemen te bouwen.
Wat merken jullie van het extreme weer?
Meine van der Graaf: ‘Koffieboeren met wie wij werken, merken het heel direct. De laatste jaren is er vaker sprake van onvoorspelbare regen, langere droogtes en plotselinge hagelbuien. Dat heeft onder meer als gevolg dat koffiebonen niet meer tegelijkertijd rijpen, waardoor het oogsten veel arbeidsintensiever is geworden. Daarnaast mislukken oogsten, schommelt de kwaliteit van de koffie en hebben de boeren minder inkomsten en hogere kosten. Goede koffie is geen vanzelfsprekendheid meer.’
Harm Goossens: ‘Negentig procent van alle natuurrampen is gerelateerd aan extreem weer. Boeren en lokale gemeenschappen wereldwijd worden steeds vaker hard getroffen. Daarom bieden we vanuit het Rode Kruis niet alleen noodhulp, maar werken we ook met lokale vrijwilligers aan preventie. Elke euro die we investeren in het voorkomen van een ramp, bespaart gemiddeld zestien euro aan noodhulp achteraf.’
In Honduras was de regentijd dit jaar ongewoon lang, terwijl in Brazilië juist alles verdorde door lange droogte
Waarom is koffie zo gevoelig voor klimaatverandering?
Van der Graaf: ‘Koffie groeit alleen in een smalle band rond de evenaar, onder heel specifieke omstandigheden. Die stabiliteit verdwijnt. In Honduras hadden we dit jaar een extreem nat seizoen, terwijl in Brazilië alles verdorde. Dat verstoort de bloei van de plant, met kwaliteitsverlies tot gevolg. Ook ziektes en plagen steken vaker de kop op. En monoculturen maken koffie extra kwetsbaar. Planten in volle zon, afhankelijk van kunstmest en pesticiden, zijn als mensen op steroïden: ze lijken sterk, maar zijn intern uitgeput. Eén klimaatschok en het systeem klapt in elkaar.’
Goossens: ‘Het wordt zo ramp op ramp, zoals we bij het Rode Kruis vaker zien. Extreem weer zorgt er bij de koffieboeren voor dat ze inkomsten mislopen, omdat oogsten mislukken. Mensen worden dan afhankelijker van humanitaire hulp, zoals voedselpakketten of cashhulpverlening. Juist daarom helpen wij mensen al voor de ramp: als je kan voorkomen dat de oogst mislukt en als je kan inspelen op de gevolgen van extreem weer, dan help je mensen op een duurzame manier.’

Waarom werkt Wakuli vooral met boeren in kwetsbare gebieden?
Van der Graaf: ‘Omdat we daar het meeste verschil kunnen maken. In Colombia bijvoorbeeld betalen veel inkopers al redelijk, maar in gebieden als Mbinga in Tanzania, de zuidelijke provincie van Rwanda of Idjwi Island in Congo zijn boeren economisch extra kwetsbaar. Daar zijn weinig andere kopers, terwijl de kwaliteit van de koffie goed is. Juist daar maken wij met onze aanpak het grootste verschil.’
Jullie betalen bovengemiddeld veel voor een kilo koffie. Hoe ziet dat businessmodel eruit?
Van der Graaf: ‘Wij betalen gemiddeld $6,94 per kilo koffie, tegenover een gemiddelde wereldmarktprijs van pakweg $3,85. Ook de boer profiteert van die hogere prijs. Koffie is meestal hun enige bron van inkomsten in contant. Daarvan betalen ze schoolgeld voor hun kinderen en de investeringen in hun bedrijf. Dankzij de eerlijke prijs en onze afnamegarantie ontstaat vertrouwen. Boeren weten dat wij blijven, ook als het tegenzit. Daardoor kunnen we ook in de huidige overspannen koffiemarkt vertrouwen op onze partners om hoge kwaliteit koffie te leveren tegen een prijs die voor iedereen werkt.
Wakuli en het Rode Kruis zijn allebei actief in Myanmar, waar net een grote aardbeving is geweest en het sowieso onrustig is. Hoe werk je in zo’n complexe context?
Goossens: ‘Het Rode Kruis is al jaren actief in Myanmar, daar zijn veel mensen afhankelijk van humanitaire hulp door het oplaaiende conflict en slechte economische omstandigheden. Na de recente aardbeving hebben we die hulp opgeschaald: we zorgen voor voedsel, medische hulp, onderdak en schoon water. Dankzij honderden lokale vrijwilligers hopen we dat mensen snel hun leven weer op kunnen pakken, maar dat zal nog maanden duren.’
Van der Graaf: ‘Na de coup zijn veel bedrijven vertrokken. Wij zijn met hen blijven samenwerken, omdat we niet wilden dat zij zouden worden gestraft vanwege hun regime. We betalen nog steeds een goede prijs, maar het is een van de weinige plekken waar we maar lastig direct contact met de boeren kunnen leggen.’
Goossens: ‘Als Wakuli geen ogen op de grond heeft, kunnen wij die rol vervullen. Dat is precies de kracht van samenwerken: onze lokale aanwezigheid koppelen aan de boeren met wie jullie werken. Het Rode Kruis heeft die contacten met de lokale bevolking, juist omdat onze vrijwilligers de taal spreken en de cultuur kennen. Dus als een bedrijf of organisatie dichter bij de lokale gemeenschap wil komen, kan dat ook via het Rode Kruis.’
Het Rode Kruis bouwt waarschuwingssystemen, zodat mensen op tijd hun huis verlaten bij dreigende overstromingen of de oogst eerder binnenhalen als het heel droog wordt
Hoe maken jullie boeren weerbaarder?
Van der Graaf: ‘We werken samen aan bewustwording van risico’s én van hun eigen kracht. We vertellen niet wat boeren moeten doen, maar stellen ze in staat om slimme keuzes te maken – bijvoorbeeld door samen data te analyseren en regeneratieve methoden te testen. In Oeganda zien we dat een steeds grotere groep boeren compostproductie en het gebruik van bodembedekkers omarmt omdat de koffieopbrengst simpelweg hoger is. Dat overtuigt.’
Goossens: ‘Wij doen iets vergelijkbaars met dorpsraden. Samen brengen we risico’s in kaart. Wat is de impact van extreem weer en hoe kunnen we dat het beste voorkomen? Het Rode Kruis bouwt vervolgens waarschuwingssystemen, zodat mensen op tijd hun huis verlaten bij dreigende overstromingen of de oogst eerder binnenhalen als het heel droog wordt. Het is zo belangrijk dat mensen zelf ook oplossingen aandragen. De lokale bevolking weet het beste wat voor hen werkt. De lokale bevolking leidt, het Rode Kruis faciliteert.
Wat wordt nog meer gedaan?
Goossens: ‘In Indonesië graven we samen met lokale vrijwilligers halve manen, zogenoemde earth smiles. Die houden regenwater langer vast, zodat het langzaam de grond in sijpelt. Als je dat niet doet, dan stroomt water zo weg, want droge grond neemt water maar slecht op. En dat wil je niet. Het zijn simpele, lokaal gedragen aanpassingen die heel praktisch werken. In Honduras produceren we samen met koffieboeren zelfs Rode Kruis-koffie, waarvan de opbrengst naar de gemeenschap gaat.’
Van der Graaf: ‘In Tanzania starten we met vijftig boeren een compostproject. We gaan ze ondersteunen bij het maken van compost en testen het effect tegenover percelen waar nog kunstmest wordt gebruikt. In Oeganda zien we al enorme opbrengstverbetering. Het is geen rocket science. Alles ligt letterlijk voor je deur.’
Met satellietdata en waarschuwingssystemen waarschuwen we boeren voor naderende droogte of juist regenval
Hoe helpt technologie daarbij?
Goossens: ‘Met satellietdata kunnen we meten wat de impact van extreem weer zal zijn. En dankzij waarschuwingssystemen waarschuwen we boeren voor naderende droogte of juist regenval. Zo kunnen ze op tijd maatregelen nemen en schade beperken.’
Van der Graaf: ‘In Oeganda maakten we met een databedrijf droogteanalyses op basis van satellietbeelden. Die deelden we met onze lokale partner. In combinatie met hun eigen kennis leidde dat tot concrete actie – zoals investeren in schaduwbomen of wateropslag. Boerenkennis en data versterken elkaar.’
Jullie pleiten voor regeneratieve landbouw. Waarom is dat juist voor koffie belangrijk?
Van der Graaf: ‘Koffie groeit van nature in de schaduw van bomen. Maar vanwege schaalvergroting gebeurt dat steeds vaker in de volle zon, met alle risico’s van dien. Door terug te keren naar schaduwbomen, bodembedekkers en compost bouw je veerkracht op. Het begint bij de bodem. Die bepaalt hoeveel water een plant vasthoudt, hoe ziekteresistent ze is, en hoe goed de oogst is. Onderzoekers verwachten dat in 2050 nog maar de helft van het huidige land geschikt is voor Arabica. Als we niets doen, wordt koffie schaars en duur. Maar als we regeneratief gaan boeren, is er nog veel mogelijk. Zo maken we de gehele gemeenschap weerbaarder.’
Goossens: ‘Volgens de VN is veertig procent van alle land op aarde zo droog dat het niet erg geschikt meer is om gewassen op te verbouwen. Daarom moeten we nú in actie komen. En dat is niet alleen de verantwoordelijkheid van de boeren zelf, maar juist ook van de bedrijven die met ze werken.’
In het huidige model subsidiëren de boeren ons kopje koffie. Dat is onhoudbaar
Dat kost wel meer geld. Is koffie straks nog betaalbaar?
Van der Graaf: ‘De prijzen van de afgelopen decennia waren sowieso te laag. In dit model subsidiëren de boeren ons kopje koffie – dat is onhoudbaar. In de stad betalen we rustig zes euro voor een flat white, maar thuis mag het maar een paar dubbeltjes kosten. Door ook thuis in te zetten op kwaliteit geloven wij dat dat anders kan.’
Als ramp op ramp zich blijft opstapelen, kunnen we straks zelfs met al onze vrijwilligers die hulp niet meer bieden
Maken jullie je zorgen om de huidige situatie van de koffieboeren?
Goossens: ‘Ja. Omdat ik weet hoeveel mensen wereldwijd afhankelijk zijn van stabiele omstandigheden. Nu kunnen we meestal nog helpen. Maar als het zo doorgaat – als ramp op ramp zich blijft opstapelen – kunnen we straks zelfs met al onze vrijwilligers die hulp niet meer overal bieden. Dan is het gewoonweg teveel.’
Van der Graaf: ‘Ik ben niet bang, maar vind het wel frustrerend hoe langzaam het gaat. Tegelijkertijd geeft het me ook energie, omdat we zien dat het wél anders kan. Met boeren die experimenteren en consumenten die bewust kiezen.’
Hoe krijgen we dat systeem robuuster?
Goossens: ‘Door meer samenwerking. Het Rode Kruis heeft zoveel kennis van extreem weer, van natuurlijke oplossingen tot hoe gemeenschappen weerbaarder worden. Die expertise wil je bundelen met bedrijven. Zij hebben immers de middelen én de verantwoordelijkheid om gemeenschappen weerbaarder te maken.’
Van der Graaf: ‘Lokaal, respectvol en op de lange termijn: dát is hoe wij samenwerken met boeren. Zij weten als geen ander wat werkt. Als we die kennis koppelen aan technologie en eerlijke handel, komt er echt iets in beweging.’
Meine van der Graaf
Meine van der Graaf is impactmanager bij Wakuli, een snelgroeiend Nederlands koffiemerk dat zich inzet voor een eerlijke en duurzame koffieketen. Met meer dan 30.000 pakketjes per maand en een groeiend aantal koffiebars in Nederland verkoopt Wakuli jaarlijks inmiddels meer dan een miljoen kopjes koffie aan ruim 100.000 klanten. Van der Graaf werkte eerder bij MVO Nederland, waar hij zich richtte op internationale verduurzaming van het mkb en het Future Proof Coffee Collective. Sinds 2022 is hij bij Wakuli deel van het sourcing en impact team, en werkt hij samen met 16.000 boeren in dertien landen aan een betere toekomst voor koffie.
Harm Goossens
Harm Goossens is sinds september 2023 algemeen directeur van het Nederlandse Rode Kruis. Hij werkte eerder bij Unilever, onder meer als global head of sustainability, waar hij met eigen ogen zag hoe afhankelijk de toeleveringsketens van voedsel, kruiden, specerijen en andere grondstoffen zijn van stabiele natuurlijke omstandigheden en weerbare lokale gemeenschappen. Het Nederlandse Rode Kruis telt 10.000 vrijwilligers en 600 medewerkers. Wereldwijd heeft het Rode Kruis 16 miljoen vrijwilligers.