‘Onze infrastructuur is ontworpen voor een klimaat dat niet meer bestaat’
Extreme neerslag, recorddroogte, bosbranden: extreem weer is geen ver-van-mijn-bed-show maar harde werkelijkheid. Harm Goossens, directeur van het Nederlandse Rode Kruis, en Leendert Ripping, divisiedirecteur Infra van Van Gelder, slaan alarm. ‘De fundamenten van onze moderne samenleving kraken in hun voegen. En we zijn niet voorbereid.’

Bosbranden in Brabant. Water op rantsoen voor Twentse boeren, die daardoor hun akkers niet kunnen besproeien. En dat al in april. De cijfers zijn onmiskenbaar: het aantal recordhoge neerslagdagen steeg sinds 1995-2005 met 52 procent, het aantal recorddroge maanden neemt met 38 procent per decennium toe en extreme neerslag met vier procent. De opkomst van extreem weer dwingt ons om anders te kijken naar hoe we onze leefomgeving inrichten – onze straten, wijken, dorpen en steden. Tegen deze achtergrond buigen twee sleutelspelers zich over de vraag hoe Nederland en Europa weerbaar blijven. Het Rode Kruis werkt wereldwijd aan preventie en hulp voor mensen in de meest kwetsbare situaties, van waarschuwingssystemen tot het versterken van lokale gemeenschappen. Ook in Nederland moeten de vrijwilligers steeds vaker aan de bak, vertelt directeur Harm Goossens van het Rode Kruis. Leendert Ripping is directeur Infra en portefeuillehouder Duurzaamheid bij Van Gelder Groep, een infrabouwer die in Nederland vooroploopt met klimaatadaptieve oplossingen en het toekomstbestendig maken van de leefomgeving. Samen brengen zij praktijk en perspectief samen: waar zitten de grootste gevaren, wat zijn de mogelijke oplossingen en hoe maken we Nederland groener, gezonder en weerbaarder?
Ons leven zoals we het kennen lijkt opeens heel kwetsbaar. Hoe kijken jullie naar extreem weer vandaag de dag?
Harm Goossens: ‘De opkomst van extreem weer is geen abstract probleem meer, het is een realiteit die ons allemaal raakt. Meestal draait het daarbij om water: er is te véél water, te weinig water of het water is te vies. En het zijn altijd de mensen in de meest kwetsbare situaties die het hardst worden getroffen. Wat mij raakt, is hoe slecht samenlevingen – óók in Europa – vaak voorbereid zijn. Niemand denkt dat het hen zal overkomen, totdat het gebeurt.’
Leendert Ripping: ‘Ook wij merken in Nederland dagelijks de effecten: bruggen die niet meer sluiten door hitte, riolen die overstromen door hevige regen, putdeksels die omhoog komen, funderingen die verzakken door droogte. Onze infrastructuur en feitelijk onze hele gebouwde omgeving is ontworpen voor een klimaat dat niet meer bestaat. Nederland is ingericht om water zo snel mogelijk af te voeren, maar nu moeten we juist water vasthouden en steden koelen. De gevolgen voor de samenleving zijn enorm: het raakt onze gezondheid, onze economie en de manier waarop we samenleven. Ik zie het als onze opdracht om met slimme, duurzame oplossingen de leefomgeving weerbaar te maken. Maar dat kunnen we alleen als we nu het gesprek aangaan over systeemverandering – met elkaar, met de overheid en met organisaties als het Rode Kruis. Wachten is geen optie meer.’
Europa warmt nog sneller op dan de rest van de wereld. Wat zijn de grootste risico’s die jullie zien?
Goossens: ‘De cijfers zijn schokkend. Hitte is een stille killer: in Europa sterven jaarlijks gemiddeld meer dan 175.000 mensen door hitte. En ook hier hebben we last van droogte en slaan drinkwaterbedrijven alarm over de waterkwaliteit. En de meest kwetsbaren worden het hardst geraakt – ouderen, kinderen, mensen met minder middelen.’
Ripping: ‘In Nederland merken wij dagelijks de gevolgen van extreem weer. Het gaat ook verder dan bruggen die niet meer functioneren of oude waterleidingen die het begeven bij piekgebruik. Zo zijn in steden de zogenaamde hitte-eilanden – plekken met veel asfalt, bestrating en daken waar het ontzettend heet wordt – een groeiend probleem. We zitten aan het maximale van onze oude systemen. Klimaatadaptief bouwen is geen luxe meer, maar noodzaak.’

Water en voedsel zijn onze eerste levensbehoeften, maar ook hier staan ze onder druk
Hoe kwetsbaar is Nederland?
Goossens: ‘We onderschatten nog altijd de risico’s. Denk aan de overstromingen in Limburg, maar ook aan de huidige langdurige droogte waardoor boeren hun akkers niet meer kunnen besproeien. En aan de waterkwaliteit door verzilting en vervuiling.’
Ripping: ‘Onze Vinex-wijken zijn ontworpen voor auto’s en bestrating, niet voor het opvangen van extreme hitte of wateroverlast. Intussen komt de zoutwaterbel vanuit zee steeds verder Nederland binnen, wat leidt tot brak grondwater en onvruchtbare bodem. Water en voedsel zijn onze eerste levensbehoeften, maar ook hier staan ze onder druk door extreem weer.’
Hoe bouwen jullie aan weerbaarheid – wat doen jullie concreet?
Goossens: ‘Internationaal werkt het Rode Kruis met lokale vrijwilligers veel aan preventie. We leggen bijvoorbeeld mangrovebossen aan in Azië om kustregio’s te beschermen. Ook installeren we waarschuwingssystemen dankzij satelliet- en weerdata om mensen tijdig te attenderen op noodweer of hitte. Maar ook in Nederland doen we al veel: we helpen gemeenten door heel Nederland met lokale hitteplannen en bereiden mensen in risicogebieden voor op mogelijke overstromingen en hittegolven. Onze vrijwilligers zitten overal, juist in de wijken waar mensen meer hulp nodig hebben.’
Ripping: ‘Nieuwe woonwijken leggen we klimaatadaptief aan: minder verharding, meer groenaanleg, meer bomen en meer schaduw. Wadi’s en hemelwaterinfiltratie in de bodem om het water langer vast te houden en ondiepere, slingerende sloten in plaats van diepe rechte sloten. Veel nieuwbouw ligt echter stil wegens stikstof en het aanpassen van bestaande wijken is vaak complex doordat de ondergrond daar al vol ligt met kabels en leidingen. Maar het kan wel. Gras en bomen zorgen voor verkoeling, terwijl bestrating juist hitte vasthoudt. Al haal je maar een tegel eruit en groen erin. Ook kleine ingrepen maken verschil.’
Ziet het Rode Kruis elders in de wereld voorbeelden van klimaatadaptief bouwen die we ook hier kunnen toepassen?
Goossens: ‘In India, waar het soms vijftig graden wordt, creëren we koelteplekken door bomen en planten en dus schaduwplekken aan te leggen. In Bangladesh en de Filipijnen helpen we huizen verstevigen tegen stormen en leggen we mangrovebossen aan voor natuurlijke bescherming. Na grote stormen in het Caribisch gebied ondersteunen we bij het herbouwen van stormbestendige huizen. Zulke inzichten nemen we ook mee naar Nederland.’
Bouwen we in Nederland inmiddels al klimaatbestendig genoeg?
Ripping: ‘Nog niet. Klimaatadaptief bouwen is deels verplicht – gemeenten moeten tegenwoordig hittestresstests uitvoeren en meenemen in hun beleid. Maar als de budgetten krap zijn, valt de keuze toch vaak op de goedkoopste oplossing.’
Het Rode Kruis gebruikt satellietdata om gemeenschappen voor te bereiden op stormen, overstromingen of droogte en hitte
Is klimaatadaptief bouwen dan per se duurder?
Ripping: ‘Niet altijd. Slim ontwerpen kan binnen hetzelfde budget. Een straat smaller maken betekent minder stenen en meer ruimte voor groen. Maar als het duurder is, is dat een investering in onze leefomgeving en gezondheid. Het vraagt om een andere manier van denken en waarderen.’
Kunnen technologie, data en AI hier helpen?
Goossens: ‘Zeker. Het Rode Kruis gebruikt al satellietdata om gemeenschappen voor te bereiden op stormen, overstromingen of droogte en hitte. Die informatie kunnen we ook gebruiken voor risicoanalyses in Nederland. Zo verbinden we slimme satellietdata aan lokale actie. Maar het is kostbaar, dus dat lukt alleen op grotere schaal als we samenwerken met weerstations, bedrijven en overheden.’
Ripping: ‘Zo’n datagedreven aanpak is waardevol, ook voor ons. Als je weet waar de risico’s zitten, kun je daar gericht op investeren en maatregelen nemen. Jullie aanpak kan ons ook helpen bij het vinden van praktische oplossingen op wijkniveau.’
Veel mensen willen wel, maar niet ten koste van een parkeerplek voor hun tweede auto
Bij alle urgentie: waarom gaat de omslag naar klimaatadaptief nog zo langzaam?
Ripping: ‘De grootste uitdaging is het aanpassen van bestaande infrastructuur en het meekrijgen van de samenleving. Heel plat gezegd: veel mensen willen wel, maar niet ten koste van een parkeerplek voor hun tweede auto. Ook de financiering van onderhoud is soms een struikelblok, want planten snoeien en gazons maaien is nu eenmaal extra werk. Maar vergroening biedt ook kansen: het verbetert de leefbaarheid, gezondheid en sociale samenhang.’
Goossens: ‘Vanuit het Rode Kruis nemen we mensen ook mee in die omslag. We moeten ons beter voorbereiden, dat redt mensenlevens én het is goedkoper. Elke euro besteed aan preventie bespaart zestien euro aan noodhulp.’
Hoe bereiken we de omslag?
Ripping: ‘De budgetten en langetermijnvisie moeten van de overheid komen. Maar er moet ook urgentie en draagvlak zijn in de samenleving. Bij iedereen. Ook particulieren kunnen bijdragen door hun tuin te vergroenen.’
Goossens: ‘Het vereist een systeemverandering. Overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties moeten samen optrekken. Niet in een politieke cyclus van een kabinetsperiode van vier jaar, maar langer vooruitkijken. Landelijk, maar ook lokaal. De echte kracht zit in de gemeenschap, in mensen die het goede doen. Dáár gebeurt het.’
Een noodpakket is gewoon hartstikke verstandig om in huis te hebben
Want anders?
Goossens: ‘Zonder langetermijnplan en een gevoel van urgentie verandert er niks. Dan zijn we straks te laat en komen er meer overstromingen, meer droogte, meer voedseltekorten en meer gezondheidsproblemen. De maatschappelijke kosten zijn dan vele malen hoger dan de investeringen in preventie.’
Ripping: ‘Dan lopen onze oude systemen vast: bruggen, waterleidingen, riolen… Dan worden storingen en rampen het nieuwe normaal. We moeten nu handelen, want een transitie duurt meer dan twintig jaar. Daarom moeten we nú het systeem veranderen, samen. Het bedrijfsleven heeft de plicht om het op de agenda te zetten, net als de overheid en maatschappelijke organisaties. In het groot én in het klein. Want ook elke kleine stap telt. Dus haal die tegel eruit, plant een boom, maak je wijk groener. Zo bouwen we samen aan een weerbaar Nederland.’
Hoort ook een noodpakket daarbij, ook hier?
Goossens: ‘Zeker! Want ook hier kan de stroom opeens uitvallen, net als in Spanje en Portugal onlangs. Dan is drie liter water per persoon per dag, houdbaar voedsel, contant geld een zaklamp, powerbank en een radiootje geen overbodige luxe – het is basisvoorbereiding, maar bijna niemand heeft het. Een noodpakket is niets om je voor te schamen, het is gewoon hartstikke verstandig om in huis te hebben.’
Leendert Ripping
Leendert Ripping is directeur Infra en portefeuillehouder duurzaamheid bij Van Gelder Groep (sinds 1916). Met tweeduizend vaste medewerkers en dagelijks circa zevenduizend ingehuurde krachten werkt Van Gelder aan de infrastructuur van Nederland: van wegen, riolering en spoor tot waterleidingen, kabels, verlichting en datanetwerken. Ripping ziet infrastructuur als de basis onder gezondheid en de moderne samenleving: infrastructuur zorgt voor schoon water, hygiëne, bereikbaarheid en leefbaarheid. ‘Wij zijn geen bouwers, wij maken een gezonde, leefbare wereld.’
Harm Goossens
Harm Goossens is sinds september 2023 algemeen directeur van het Nederlandse Rode Kruis. Hij werkte eerder bij Unilever, onder meer als global head of sustainability, waar hij met eigen ogen zag hoe afhankelijk de toeleveringsketens van voedsel en andere grondstoffen zijn van stabiele natuurlijke omstandigheden en weerbare lokale gemeenschappen. Het Nederlandse Rode Kruis telt tienduizend vrijwilligers en zeshonderd medewerkers. Wereldwijd heeft het Rode Kruis 16 miljoen vrijwilligers.